Ik fotografeer veel. Mijn iPhone heb ik altijd bij me en sinds ik eindelijk de trotse bezitter ben van een digitale spiegelreflexcamera, kun je me regelmatig in de stad spotten met een hip Canon EOS rugtasje aan m’n schouder, om al het moois wat moeder natuur ons biedt vast te leggen.

Maar wat nu als je fanatiek hobbyfotograaf bent en slechtziend? Dan krijg je veel vragen en in het gunstigste geval bewondering. Maar ook krijg je te maken met onbegrip, vooroordelen en als je ‘t echt slecht treft, ontzettend flauwe of ronduit kwetsende opmerkingen.

Om gelijk al die vooroordelen in één alinea de wereld uit te helpen: Nee, ik Photoshop m’n foto’s niet, zodat ze tóch mooi worden. Ik fotografeer nóóit in de automatisch stand. Ik heb geen speciale camera of aanpassingen en ik fotografeer ook niet op de gok. Zo, dat lucht op!

130516-bas-01

Maar hoe werkt ‘t dan wel? Hoe is het überhaupt mogelijk dat ik kan fotograferen? Ik heb daar geen kant-en-klaar antwoord op. Te meer ook, omdat ik zelf nog steeds niet begrijp dat ik met die lullige vijf procent kan fotograferen en sowieso nog een hele hoop andere dingen kan doen die je normaliter niet in het straatje van iemand met een visuele beperking zou zoeken.

Twee woorden die direct in m’n hoofd opkomen, zijn bewijsdrang en perfectionisme, maar dat is geen hoofdzaak. Ik fotografeer in de eerste plaats voor mezelf. Omdat ik ‘t heerlijk vind, er rust in vind en intens kan genieten als het resultaat me bevalt. De bewijsdrang is vooral omdat ik wil aantonen dat mensen met een beperking niet gelijk in het hokje ‘gehandicapt’ geduwd moeten worden en meer kunnen dan achter de geraniums zitten of op een sociale werkplaats rondhangen. Daarom gebruik ik het woord handicap ook nooit.

Om een laatste vooroordeel de wereld uit te helpen: Ik ben niet geboren met fotografietalent, ik bakte er namelijk niks van vroeger! In m’n jeugd had ik een cameraatje waarmee ik hooguit één rolletje vol maakte per jaar. Foto’s maken was vooral verbonden met vakanties, De plaatjes die ik schoot, waren ronduit slecht, dus je kunt wel stellen dat het niet aangeboren is!

130527-Zonsondergang-01

Zoals ik al eens verteld heb, kocht ik in 2000 m’n eerste digitale camera. De eerste foto’s waren verre van geweldig, maar het zaadje voor de interesse was gezaaid. Ik ging me er steeds meer in verdiepen en ondanks dat ik nooit een cursus heb gevolgd en geen zin had om boeken te lezen, heb ik mezelf aardig wat aan kunnen leren. Dat proces is nog steeds gaande.

Wat het beoefenen van deze hobby voor m’n zicht heeft gedaan is opmerkelijk te noemen: Ondanks dat mijn ogen niet beter of slechter worden, ben ik wel beter gaan zien, vooral vallen details me meer op, dan voordat ik begon met fotografie. Het helpt me dus om beter te kunnen zien en dat is ook een wisselwerking, omdat ik daardoor ook weer beter ga fotograferen. Dit is dus een duidelijk bewijs, dat er een enorm verschil is tussen kijken en zien!

Een leuk extraatje wat fotograferen voor mij uitdagend en verrassend houdt, is dat ik achteraf vaak interessante details zie, die ik tijdens het vastleggen van een bepaald beeld helemaal niet had opgemerkt.

Dat kan soms erg leuke foto’s opleveren, waarbij het bewuste detail de foto meerwaarde geeft. Een voorbeeldje is bijvoorbeeld onderstaande foto, waarbij achteraf bleek dat ik drie historische gebouwen, die overigens niet naast elkaar staan, in één beeld had vastgelegd.

Molen in Gorinchem

Verder is het vooral een kwestie van gevoel. Inmiddels herken ik een goede compositie of mooi licht. Ik kan buiten lopen en ergens anders aan denken, maar opeens zie ik een bepaalde plek of lichtval en daar móet ik dan een foto van maken. Zo zat ik onlangs op de bank te lezen, toen me opviel hoe prachtig de kleuren van de avondlucht waren. Drie tellen later zit ik met m’n fototas op de fiets en scheur ik de stad door, op zoek naar het beste plekje!

Wanneer het licht niet optimaal is, zie ik dat zonder m’n camera in handen te hebben gehad. Eergisteren maakte ik bijvoorbeeld een wandeling in een natuurgebied in Sleeuwijk, met de bedoeling een mooie serie te schieten. Ik kwam thuis met slechts een handjevol, omdat het licht me niet beviel. Dat is ook terug te zien op de foto’s. Mijn gevoel heeft daarin altijd gelijk en ik heb geleerd daarop te vertrouwen en naar te handelen. Als je ogen minder goed zijn, moet je leren te vertrouwen op andere zintuigen en niet in het minst je gevoel!

Sinds een tijdje heb ik contact met iemand die ook slechtziend is en een soortgelijke hobby heeft. Hij schreef iets wat me aan ‘t nadenken zette en wat misschien wel het antwoord is op de vraag die ik mezelf al tijden stel: Hij schreef dat mensen met een visuele beperking de wereld anders zien. Eigenlijk letterlijk door andere ogen en dat we daardoor anders focussen.

Daardoor zijn we toch in staat om goed beeldmateriaal te kunnen produceren, met daarop vaak zelfs details die iemand met goede ogen niet zijn opgevallen. Juist omdát we vaak meer bezig zijn met details dan goedzienden. Dat vond ik mooi en ik denk inderdaad dat ‘t zo is.

130518-micky-03

Dit is weliswaar een redelijk informatief artikel, maar ik kan helaas weinig handvatten geven aan andere slechtzienden die willen gaan fotograferen. Om nou te zeggen dat ik maar wat doe, klinkt ook zo-zo. Maar eigenlijk zijn er geen dingen die ik anders doe, ten opzichte van andere fotografen. Wel werk ik misschien wat vaker met ‘t lcd-scherm, omdat ik een compositie of het scherpstelpunt door de zoeker soms minder goed kan beoordelen.

Het enige wat ik kan aanraden is oefenen. Geen verrassende tip, aangezien dat voor alles en iedereen geldt, maar het is de enige juiste oplossing! Ik heb mezelf nooit bewust getraind in het kunnen herkennen van een goede compositie en toch komt ‘t nu vanzelf in me op. In mijn opinie kun je dat leren door gewoon veel te fotograferen, zodat je dingen sneller herkent.

Ook openstaan voor je omgeving is belangrijk: Opletten wat er om je heen gebeurt met je zintuigen op scherp. Kun je dat vogeltje wat je op de foto wilt zetten niet zien? Gebruik je oren! Als je ‘m wel hoort, kun je de plaats van het beestje bepalen en zodoende toch je foto maken.

Op die manier heb ik onlangs bijvoorbeeld een nest kuikens gefotografeerd, die ik in eerste instantie niet zag, maar wél hoorde. Je hoofd bestaat gelukkig uit meer dan ogen alleen, maak dus gebruik van alles wat je hebt! En vooral: Leer niet alleen te kijken, maar ook te zien!

Hou jij ook van fotografie?