Vandaag weer eens een echt persoonlijk artikel. Een artikel wat ik ook eng vind om te schrijven, omdat ik geen zin heb in vooroordelen, kort door de bocht opmerkingen of verkeerd ingeschat worden. Natuurlijk schrijf je dingen op je blog in de hoop dat mensen het lezen, in zekere zin dus om er aandacht mee te krijgen. Maar er is aandacht en aandacht. Ik zoek niet naar ah-wat-ben-je-zielig aandacht, ik wil gewoon een boodschap meegeven, een moraal-van-het-verhaal.

Begin dit jaar werd ik erg ziek. Ik heb er verschillende blogposts over geschreven. Opgenomen in het ziekenhuis met torenhoge koorts. Bla bla bla. Vervolgens twee maanden opgescheept met iets wat ik voor het gemak een zenuwinzinking ben gaan noemen, maar die term dekte de lading totaal niet. Wat wel de lading dekte, was dat ik mezelf tegenkwam. Keihard.

Stress veroorzaakt door mensen, situaties, m’n angststoornis. En het feit dat ik me nooit wil laten kennen, een ander niet tot last wil zijn met ‘mijn gezeik’ en alles maar inslik. Want die menselijke geest is toch super flexibel? Dus niet. Ik werd zó ziek, ook lichamelijk, dat ik bijna niet meer kon functioneren. Zelfs een boodschap doen bij de lokale super was wat teveel van het goede. Ik sliep bijna hele dagen en worstelde met mijn gevoelens die ik nog altijd niet voldoende kon uiten.

Na ruim 2 maanden krabbelde ik op, maar er zijn restjes blijven hangen. Zo ontdekte ik maanden later pas, toen er een situatie met iemand was die me ontzettend veel pijn deed en waar ik erg van overstuur was. Ik was twee dagen compleet uit mijn doen en vond dat nog niet zo gek, maar het gevoel hield aan en ik was ook weer hele dagen duizelig en moe, veel hoofdpijn. Gesloopt.

Omdat ik me uitgerekend in die periode had voorgenomen dat ik elke dag móest fietsen, heb ik dat ook gedaan, maar ik reed op hoge snelheid rond terwijl ik amper iets zag. Het is een wonder dat er niks gebeurd is. Ik besprak deze onwelkome verschijnselen later met mijn arts en die gaf aan dat het ‘volkomen normaal’ is, dat je overgevoelig voor spanningen wordt, als je zoiets gehad hebt als waar ik begin dit jaar mee te kampen had. Of dat van lieverlee overgaat of altijd zo zal blijven, dat weet natuurlijk niemand.

Het duurde ruim 2 weken voordat ik me weer enigszins normaal voelde. Vond het ook lastig om erover te praten, voelde me een aansteller. Kom op, verzet je zinnen even zeg. Dus slikte ik weer veel in. Vervelend neveneffect was dat mijn angststoornis ook weer aangewakkerd werd door het feit dat ik wekenlang slecht in mijn vel zat, als een soort domino-effect. Vervolgens duurde het nog eens 3 weken voordat de ergste pieken daarvan weer achter de rug waren.

En nu ik eindelijk weer een beetje op de rit zit, haalt dezelfde persoon opnieuw naar me uit. Hard. Iemand waar ik nota bene zo veel van houd op een pure en onbaatzuchtige manier, die dingen over mij beweert die dwars door m’n ziel snijden. Het is niet voor ’t eerst dat goede bedoelingen van mijn kant gestraft worden met slecht gedrag, maar dit was er weer een prachtvoorbeeld van.

Ik vluchtte vervolgens in gestrekte draf naar huis om mijn wonden te likken en om boven de pot te hangen. Want ik was letterlijk misselijk geworden van de stress. Wat volgde was een nacht met nauwelijks slaap, waarin de nare woorden zowel in als buiten mijn dromen in mijn hoofd bleven hameren Alsof één keer nog niet genoeg was geweest, alsof ik ervan doordrenkt moest worden. Mijn zakdoek en de wc-pot werden mijn beste vrienden.

Toen het eindelijk ochtend werd, was ik ziek. Letterlijk lichamelijk ziek. Van stress. Ik beefde over m’n hele lijf, sliep bijna de hele dag, wilde niet eten en die 2 keer dat ik buiten kwam, liep ik erbij als een oud wijf. Zonder een spoortje make-up en met verwarde haren, de ene voet amper voor de andere kunnen krijgen zonder te struikelen. Mijn hoofd gebogen, alsof ik me schaamde voor mezelf, het liefst onzichtbaar wilde zijn.

Dit, lieve mensen, is wat stress met iemand kan doen. Iedereen is anders en niet iedereen heeft een zenuwinzinking, burn-out of een depressie gehad en de één kan sowieso meer hebben dan een ander. Maar vlak het alsjeblieft niet uit. Dat deed ik zelf namelijk wel. Ach, stress. Dat hebben toch alleen mensen met een baan? Of mensen met serieuze problemen, mensen die een ramp meemaken of een dierbare verliezen? Ik heb niks te zeuren, ik heb toch een prima leventje? Dat zegt iedereen altijd. Niks te klagen, niet aanstellen. Hup! Inslikken en doorgaan. En dat deed ik.

Totdat ik mezelf dus tegenkwam en, nu bijna een jaar later, nog altijd de gevolgen daarvan ervaar als het mis gaat. Sinds de tijd dat ik ziek was, heb ik geleerd om mijn grenzen beter aan te geven, wat ik een goede ontwikkeling vind en ‘een voordeel van een nadeel’. Ik probeer stresssituaties te voorkomen, kan me over het algemeen sneller losmaken van vervelende voorvallen maar je kunt niet alles voorkomen. Als iemand besluit dat het tijd is om met jou de vloer aan te vegen, dan kun je dat niet stoppen. Punt. En als dat een dierbare betreft, iemand die je als één van de weinigen toegelaten hebt binnen de muren van je zwaar bewapende fort, dan is de schade enorm.

De persoon in kwestie deelgenoot maken van wat de gevolgen zijn, doe ik niet. Ik wil iemand niet het gevoel geven dat ik met een vingertje wijs, niet een schuldgevoel aanpraten. Dus doe ik weer hetzelfde als anders. Ik zit de tijd uit die mijn geest en lijf nodig hebben om te herstellen van een nieuwe klap en krabbel dan voorzichtig weer op. Ik trek me terug, laat niets van me horen, zo kan ik ook niet tot last zijn. Zo heb ik het altijd gedaan en waarschijnlijk zal ik het zo ook blijven doen.

Er is helaas geen pilletje of drankje om het herstelproces te versnellen. Als je ziek bent van een griepje kun je daar iets aan doen, hier werkt niets tegen, heb ik inmiddels ervaren. Je tijd uitzitten en afwachten tot het weer beter gaat. Alles gaat over, alles slijt. Niet alles gaat helemaal weg en bepaalde woorden blijven jaren hangen, maar alles gaat over. Goede dingen, maar gelukkig ook slechte. Proberen m’n zinnen te verzetten, afleiding te zoeken waar mogelijk en afwachten.

Ik heb het vaak meegemaakt dat mensen hun mond maar een duw geven. Een ander gewoon te pas en te onpas kwetsen gewoon omdat dat zo uitkomt. Of misschien om hun eigen rotgevoel of onzekerheid, of zelfs hun angsten en dingen waar ze niet voor uit durven te komen, ‘af te kopen’. Want als je een ander kleiner maakt, lijk jij groter, stoerder, sterker. Bekend fenomeen, helaas.

Meer begrip en respect voor een ander, begint met bewustwording. Bewust zijn van wat je zegt, van wat je uitkraamt, van de vlijmscherpe messen waar je mee in de rondte smijt. Want geloof me, woorden doen vaak meer en veel langer pijn dan een klap in je gezicht of een schop onder je reet. Zelf ben ik ook heus niet heilig, ik heb ook weleens een rothumeur en doe iemand weleens onbedoeld veel pijn, maar ik probeer in elk geval wel altijd bewust bezig te zijn met wat ik doe en zeg, hoe ik iemand anders benader. Dat lukt niet altijd, maar ik probéér het in elk geval. Eigenlijk zou dat een routine moeten zijn van iedereen. Daar zou de wereld een stuk leuker van worden.

Hoe ga jij om met stress?