Nog een beetje slaperig ben ik wel, dankzij een erg kort nachtje, maar goed, dat mag de pret niet drukken. Ik vond dat het weer eens tijd werd om een blogje te schrijven. Er is genoeg nieuws de revue gepasseerd maar op de één of andere manier hamster ik weer net zolang totdat het eigenlijk teveel is geworden om allemaal te kunnen onthouden.

Ik denk dat ik maar in omgekeerde volgorde van tijd ga schrijven, new things first, old things later. Om te beginnen was afgelopen weekend behoorlijk leuk! Zaterdagavond ben ik met een vriend ‘s avonds naar het OVO gebouw in Oudendijk geweest voor een ‘oudere jongeren party’.

Klinkt behoorlijk suf, viel best mee. Als er goede muziek gedraaid wordt vind ik het allang goed, en als je samen met iemand bent, hoef je niet de hele tijd naar gesprekspartners op zoek. Niet dat ik dat anders wel zou doen met mijn toch behoorlijk schuchtere aard, maar het is het idee.

Ik heb die avond genoeg bier op om behoorlijk aangeschoten te raken (maar niet dronken, dat verschil is nog te groot, en ik kan ervan meepraten sinds ik maar liefst 2 keer in mijn 35-jarige leven écht dronken ben geweest. Dat kan niet iedereen zeggen (de meesten hebben er nog een paar nullen achter staan).

Verder natuurlijk bijna non-stop gedanst en duidelijk gevoeld dat ik dat al veel te lang niet meer gedaan heb, mijn conditie is, zeker met de winter achter de rug, minder dan hij ooit geweest is. Ik kon voorheen gemiddeld 3 tot 4 uur non stop dansen (en dan bedoel ik dus écht dansen, en niet een beetje met je voeten heen en weer schuiven) en was dan pas bek-af, en vooral héél hongerig. Maar goed, het gaat er niet om hoelang ik het wel of niet volhoud, het gaat er vooral om dat het leuk was, en dat was het.

Omdat die nacht ook de klok een uur vooruit gezet werd, was het een beetje moeilijk te zeggen hoe laat ik precies thuis was, het kon half 2 zijn, maar ook half 3. Never mind, het was een leuke avond en dan mag het best wat later worden. Er zijn genoeg avonden dat het gewoon thuis voor de computer nog veel later wordt (daar was afgelopen nacht één van) dus voor een avondje uit kan dat best.

De dag erna, zondag dus, ben ik, wederom ‘s avonds, weer met diezelfde vriend op pad geweest, dit keer met de motor. Ik had de hele dag al zin om een eindje te rijden, wat nogal aangewakkerd werd door het feit dat het best mooi weer was (op die paar buitjes van ‘s avonds na) en ik de ene na de andere motor door de straat hoorde ratelen. Omdat die vriend ‘s middags zijn kinderen op bezoek zou krijgen kon hij niet weg, maar ‘s avonds sms’te ie of ik zin had om alsnog even een eindje te gaan rijden, en daar zeg ik natuurlijk geen nee tegen.

Tegen de tijd dat we goed en wel op de motor zaten was het al aardig schemerig, maar dat mocht de pret niet drukken, ik vind het op de één of andere manier ook juist wel iets hebben om in het (bijna) donker te rijden. Ik zie het dan helemaal voor me als in een film. Zo’n snelle motor die op een verlaten snelweg door de nacht zoeft. Uiteraard wel mét geluid erbij (die film).

We zouden een tussenstop maken bij de ouders van Martin, om daar een bakkie te doen, wat niet door ging omdat die mensen niet thuis waren. Ergens vond ik het niet eens zo heel erg want ik ken die mensen helemaal niet en als een man met een vriendin bij z’n ouders op de koffie komt heeft dat altijd iets schoonouderigs, terwijl we dus alleen gewoon vrienden zijn.

Vervolgens een poging gedaan met het mobieltje van Martin m’n moeder en vervolgens m’n oma te bellen of ze nog koffiedrinkers konden gebruiken. Dat viel nog niet mee, ik had namelijk gewoon m’n helm nog op en ook m’n beschermende oordoppen in, ik kon de telefoon dus nauwelijks horen en doordat ie al niet echt vlakbij m’n oor kon komen moest ik uit alle macht m’n best doen om de ‘andere kant’ te kunnen verstaan.

Moeders was niet thuis (overigens is dat niet ‘schoonmoeder-achtig’ omdat zij ook lid is van de motorclub en Martin haar ook goed kent) maar oma wel en die kon nog wel visite gebruiken. Dus zodoende dat we even later in onze ruige motorpakken in het rustieke interieur van mijn oma’s huis aan de koffie zaten. Was gezellig.

Verder ben ik pas weer naar de kapper geweest om m’n uitgroei weer bij te laten kleuren en wat dode puntjes weg te knippen. Alleen kwam ik er, bijna 2 weken later, bij toeval achter dat ze aan de achterkant onderaan (in m’n nek) nog wat waren vergeten te kwasten, en ondanks dat ik zulke dingen altijd vervelend vind, heb ik de volgende dag toch gebeld of ik dat even kon laten bijwerken. Ik had geen idee of ik dat dan wel gewoon zou moeten betalen of niet.

Maar ik ben een zeurpiet als het op m’n haar aankomt, het moet perfect zijn, met minder neem ik geen genoegen. Dus zodoende zat ik afgelopen zaterdagmiddag weer in de kappersstoel en was ik blij verrast dat ik toch niks hoefde te betalen. In principe is dat eigenlijk niet meer dan normaal als er iets niet goed is, maar daar zijn niet alle bedrijven het over eens.

De zaterdag ervoor was van een heel andere orde. Toen zijn we met een clubje van 9 mensen van de motorclub naar Hoevelaken geweest, naar het Arai Inspiration Center. Arai is dus een merk van motorhelmen, en we kregen daar behalve koffie een uitgebreide uitleg en diapresentatie van hoe zo’n helm gemaakt wordt (volledig met de hand!) en bepaalde veiligheidsvoorschriften, met tot slot een aantal tests die worden uitgevoerd om helmen te testen op betrouwbaarheid.

Je moet dan denken aan dingen waarin de helm met een flinke vaart heen en weer gestuiterd wordt of een dikke stalen pin op z’n dak krijgt. Het is onvoorstelbaar hoe weinig schade zo’n helm daar eigenlijk van oploopt, terwijl je toch zou verwachten dat ie onderhand dwars doormidden zou gaan.

Op zich wel goed om te weten natuurlijk, want als je een motorongeluk krijgt dan dat ook flinke klappen maken en je moet er niet aan denken dat diezelfde helm met jouw koppie erin dwars doormidden splijt. Nu is er natuurlijk wel veel verschil in kwaliteit en dat betaal je ook.

Arai is niet voor niets een enorm duur merk, en dat heeft in dit geval weinig met het merkje op zich te maken (zoals dat je voor een G-star jeans het vierdubbele betaalt dan voor een jeans van de Bristol). Al met al was dat dus best een leerzame ervaring en de man die ons te woord stond legde het ook allemaal duidelijk en enthousiast uit, hij had duidelijk passie voor zijn werk.

Nog een ander ‘uitje’ van de motorclub was de eerste motorrit van het jaar, die we op 7 maart hebben verreden. Het was een groepje van ongeveer 12 man, als ik me het goed herinner, en dat waren stuk voor stuk echte bikkels.

Het kwik is die dag namelijk niet hoger dan een ijzige 2 graden Celsius gekomen en dat hebben we gevoeld! Om voor mezelf te spreken had ik het aan m’n lijf op zich nog niet eens zo koud, ik had mezelf ingepakt met thermokleding en daarover 2 t-shirtjes en een wat dikkere spijkerbroek en natuurlijk zat de wintervoering in m’n motorpak.

Maar die voeten en handen, dat was te pijnlijk voor woorden. Toen we op een gegeven moment op een parkeerplaats stonden (om te bedenken wat we zouden gaan doen na de ontdekking dat het tentje waar we een uitsmijter zouden eten gesloten was) ben ik op de grond naast de eerste de beste motor gaan zitten en heb ik m’n handen aan de uitlaat gewarmd.

De belangrijkste nieuwtjes heb ik nu geloof ik wel gehad, dus ik denk dat ik me nu even terugtrek op de bank met mijn boek. Ik ga m’n best doen dit keer sneller te schrijven!