Ik heb getwijfeld of ik dit zou schrijven. Het is namelijk iets heel persoonlijks waar ik je graag over wil vertellen. Maar omdat ik het goed (zo niet héél stoer) van mezelf vind om hier open en bloot over te durven schrijven (er is tenslotte niks om me voor te schamen) en om misverstanden en vooroordelen uit de weg te ruimen, ga ik het toch doen!

Bij het begin beginnen. Ik zat pas uit verveling te zappen, toen ik een voorstukje van de herhaling van De Wereld Draait Door zag. Omdat ik nooit naar dat programma kijk wilde ik verder zappen, totdat ik iets opving over een onderwerp waar ik meer over wilde horen; namelijk BDD. In normaal Nederlands bekend als ingebeelde lelijkheid.

Vervolgens het item ademloos gevolgd. De niet onknappe vrouw die al jarenlang met BDD te kampen had, vertelde dingen die zó herkenbaar waren. Het plaatje klopte. Het leek alsof er een knopje omging en het licht aan. Zo voelt het als je weet waar je aan toe bent. Opluchting!

Na de uitzending heb ik alles geabsorbeerd wat ik online kon vinden over dit onderwerp. Een informatieve en duidelijke website is bijvoorbeeld bdd-info.nl. Wederom niets dan bevestiging, bij alles wat ik las. Het was alsof iemand een boek over mij had geschreven en ik dat zojuist ontdekt had en aan het lezen was.

Ik kan me herinneren dat ik serieus blij was, enorm opgelucht. Ik heb altijd geweten dat er meer aan de hand was dan een negatief zelfbeeld. Ik had bepaalde patronen en obsessies die ik voor de buitenwereld verborgen hield, omdat ik bang was dat ze me raar zouden vinden, ik vond de meeste dingen zelf normaal, maar als ik rationeel nadacht, realiseerde ik me wel dat een aantal dingen afwijkend waren, in vergelijking met wat als normaal wordt beschouwd.

Wat onzeker werd ik ook. Er waren meer mensen die het item op tv hadden gezien en op Twitter verschenen al snel berichten als “BDD? Je bént waarschijnlijk gewoon heel lelijk’, waardoor ik meteen in de vertwijfeling schoot. Wat als BDD een verzinsel is van mensen die een smoes zoeken om niet te hoeven geloven dat ze lelijk zijn?

Dat was wat me eerst ook tegenhield om dit te schrijven. Maar bepaalde aspecten van BDD zijn juist zo specifiek en omdat ik daaraan voldoe, was er geen twijfel mogelijk. Het zou sowieso ook typisch zijn wanneer er in boeken, op sites en zelfs in een behoorlijk populair praatprogramma een item gewijd wordt aan een verzonnen afwijking.

BDD is een afkorting van Body Dysmorphic Disorder, ook bekend als dysmorfofobie. Het kan uiteenlopende oorzaken hebben en uit zich in verschillende aspecten. Van het hebben van lichamelijke klachten die niet achterhaald kunnen worden, tot het hebben van afwijkende uiterlijkheden die niemand anders ziet behalve jijzelf.

Ik behoor tot die laatste groep. De oorsprong van BDD ligt in een negatief zelfbeeld, traumatische ervaringen tijdens de jeugd, aanleg of aanwezigheid van perfectionisme, een afwijkende perceptie en nog een aantal dingen.

BDD bestaat al lang. Van eind achttiende eeuw zijn al gevallen bekend. Desondanks is het nog steeds relatief onbekend. Het komt slechts bij één op de honderd mensen voor. Pas de laatste paar jaar wordt het door huisartsen en psychologen sneller herkend. Zelf heb ik al heel wat sessies bij  psychologen gehad voor mijn negatieve zelfbeeld, maar niemand heeft het ooit over BDD gehad.

Nu we het hebben gehad over oorzaken en geschiedenis, komen we uit bij het meest belangrijke: Wat is het eigenlijk. BDD bestaat uit verschillende symptomen en uiteraard is het ook in gradaties.

Het komt er op neer dat je nooit tevreden bent met jezelf en een ander beeld van jezelf hebt dan andere mensen. Je ziet minpunten en afwijkingen aan je lichaam die voor anderen niet zichtbaar zijn. Dat uit zich in routines die je ontwikkelt, soms ook obsessies en dwangmatig gedrag.

Om voor mezelf te spreken; ik heb mezelf altijd lelijk gevonden. Lelijk en dik. Ook zou ik een lijst van minstens twee A4’tjes op kunnen stellen van minpunten die ik aan m’n lichaam en met name mijn gezicht zie. Een aantal blijven jarenlang hangen, sommigen verdwijnen van lieverlee weer.

Als ik in een spiegel kijk of een foto van mezelf zie, zijn die minpunten het eerste wat ik zie. Het maken van een foto die ik leuk vind is dan ook best lastig. Hij moet namelijk aan heel wat eisen voldoen.

Als iemand me vraagt een lijstje op te noemen van zeven dingen die ik mooi vind aan mezelf, zou ik niets weten te noemen, hooguit dat ik mijn wimpers best aardig vind en dat ik een egale huid heb. Verder kom ik niet, praktisch overal is wel iets mis mee.

Een voor de hand liggende vergelijking is anorexia. De meeste mensen kennen dat en weten wat de symptomen zijn. In grote lijnen komt dat overeen met BDD: Je ziet iets wat er niet is. Al ben je graatmager, je ziet nog steeds een dik iemand in de spiegel. Ondanks dat ik geen anorexia heb, heb ik wel dezelfde gedachten. Ik zeg er dan altijd bij dat ik niet mager ben, dus het volste recht heb om mezelf dik te vinden.

Ondanks dat ik een prima BMI heb, ben ik in m’n hoofd iemand van 150 kilo. Als ik bijvoorbeeld naar een programma als Obese kijk, herken ik veel. De schaamte, jezelf verafschuwen en altijd bang zijn dat mensen naar je kijken en je veroordelen.

Ik zal ook niet snel een frietje in het openbaar eten, omdat ik bang ben voor een opmerking als ‘Zou je dat nou wel doen? Je bent al zo dik’. Overigens heb ik niets tegen zwaardere mensen, ik ben alleen zo keihard voor mezelf.

Ik vergelijk mezelf ook continue met anderen. Gewone mensen, maar ook wat ik in tijdschriften of op TV zie. Voor iemand die veel bezig is met grafische vormgeving en fotobewerking, weet ik goed dat er veel gefotoshopt wordt,  toch wil ik ernaar kijken.

Foto’s vind ik ook een ramp. Foto’s van mij die op internet verschijnen, heb ik vrijwel altijd zelf gemaakt. Dat lijkt alsof ik mezelf heel knap vind, maar het is puur vanwege controle. Ik kan het niet goed verdragen als anderen foto’s van me maken, omdat ik dan niet de controle heb om de foto direct te verwijderen als ik ‘m niet mooi vind,

Ik weet dat ik mensen die van me houden soms verdrietig maak door zo negatief over mezelf te denken, maar ik kan niet anders. Het is geen onwil of aandachttrekkerij. Mijn antwoord is altijd: “Ik zie het toch zelf dat ik er zo uitzie!”

Het is alsof iedereen een roze bril op heeft, behalve ik. Op de eerder genoemde website staat een vragenlijst die in Amerika en Engeland wordt gebruikt om BDD te diagnosticeren. Ik heb ‘m voor het gemak in het Nederlands vertaald.

spiegel-640

  • Maak je je zorgen over delen van je uiterlijk waarvan je denkt dat ze lelijk zijn?
  • Vind je het moeilijk om te stoppen met denken over delen van je uiterlijk?
  • Vermijd je situaties, plaatsen, gezien worden in het algemeen vanwege je uiterlijk?
  • Voel je je beschaamd, walgend, of depressief door aspecten van je uiterlijk?
  • Heeft je gedrag invloed op je uiterlijk, bijvoorbeeld proberen om delen van je uiterlijk te verbergen, of een lange tijd nodig hebben om klaar te zijn om je huis te verlaten?
  • Leidt het feit dat je zoveel met je uiterlijk bezig bent ertoe dat je een hoop ellende, angst, walging, en/of schaamte ervaart?
  • Heeft het het bezig houden met je uiterlijk invloed op je sociale leven, het vermogen om te werken, prestaties op het werk, of andere belangrijke gebieden van je leven?
  • Heb je de neiging om heel vaak in spiegels te kijken of vermijd je ze juist?
  • Bepaalt wat je in de spiegel ziet je stemming voor de rest van de dag?
  • Vind je het uiterlijk belangrijk in het leven?
  • Gebruik je medicatie voor dermatologische redenen of om haaruitval te voorkomen?
  • Heb je cosmetische chirurgie gehad? Zo ja, hoe tevreden bent u met het resultaat?

Op de laatste twee vragen na, heb ik de overige tien bevestigend beantwoord. Misschien dat je door deze lijst nog beter een beeld kunt vormen, dan door mijn voorbeelden. Uiteraard zijn er gradaties en het is niet altijd hetzelfde.

Durf ik de ene dag bijvoorbeeld wel met slordig haar naar buiten, de volgende dag is dat uitgesloten. Vind ik mezelf het ene moment niet dik lijken, kan dat vijf minuten later in dezelfde spiegel en met hetzelfde licht weer anders zijn.

Wat de gradaties betreft: Voor mijn gevoel zit ik ergens in het midden, maar er zijn dus mensen die denken dat delen van hun lichaam defect zijn of zelfs niet bij hun lijf horen. Die erop staan een ingreep te laten doen, maar uiteindelijk nooit tevreden zijn. Mensen die jaren hun huis niet uitkomen en er nog meer afwijkende patronen er op na houden.

Doordat ik al zolang zo ben, weet ik niet beter en zijn veel dingen normaal geworden. Het is een deel van mijn leven. Maar als ik erover nadenk, weet ik wel dat bepaalde dingen niet gewoon zijn en me soms ook belemmeren.

Ik heb ook een periode gehad dat ik weigerde om zonder make-up naar buiten te gaan. Grappig is dat ik pas sinds een jaar of 4 eerder dagelijks make-up ben gaan gebruiken. Eerder alleen voor speciale gelegenheden, Gelukkig is het me inmiddels gelukt om dat af te bouwen en loop ik nu gerust door een drukke stad zonder een spoortje make-up.

Aan het einde gekomen van een lang verhaal, wil ik nog toevoegen dat ik met deze blogpost hoop te bereiken dat mensen meer begrip hebben voor psychische aandoeningen. Veel van deze dingen worden afgedaan als modeverschijnsel.

De huidige maatschappij is vaak kortzichtig en recht door zee: Is er niks aan je te zien, dan mankeer je ook niets. Maar het feit dat een ander geen tijd wil investeren om zich in jou te verdiepen, wil niet zeggen dat het niet bestaat!

Daarnaast hoop ik op meer begrip voor BDD en vind ik het goed om dit onder de aandacht te brengen. Ik schaam me er ook niet voor, alhoewel ik moet toegeven dat het wel onwennig voelt om erover te praten. Maar hoe meer mensen ervan weten, hoe minder ‘vreemd’ het is.

Misschien zijn er nog wel meer zoals ik, die hun leven lang iets hebben waarvan ze weten dat het anders is dan weinig zelfvertrouwen, maar die er bij toeval achter komen dat ze niet gek en zeker niet de enige zijn! Er is een naam voor, een diagnose!

Ben jij bekend met BDD?