Na een aantal dagen wat kortere artikeltjes, nu maar weer eens een wat langere en gelijk een onderwerp wat ik een beetje lastig vind. Een beperking hebben en werk, een lastige combinatie. In mijn geval wel. Ik ben op mijn achttiende volledig afgekeurd en ondanks dat ik me in het begin suf solliciteerde, ben ik daar op een gegeven moment mee gestopt omdat het nogal veel afbreuk deed aan mijn zelfbeeld en ik me dom en ongewild voelde.

Door de jaren heen heb ik me nooit geschaamd voor ‘t feit dat ik een ‘uitkeringstrekker’ ben. UWV is behoorlijk streng en keuren iemand niet zo snel volledig af. Toch kom ik steeds meer slechtzienden tegen op social media die wél allemaal een baan hebben. Mijn gevoel van ‘mijn goed recht’ is daarmee wel een beetje aan het wankelen gegaan. Want ben ik echt niet lui, dom of een profiteur van de maatschappij? Ik denk zelf dat het ergens bij het begin al fout is gegaan…

Zoals ik weleens heb verteld, heb ik een groot gedeelte van de basisschool en ook het middelbaar onderwijs op slechtziendenschool Bartiméus in Zeist gedaan. De MAVO duurde daar vijf jaar in plaats van vier, omdat we ook vakken als techniek en tuinieren kregen. Om je voor te bereiden op ‘het echte leven’. Ondanks dat het de naarste periode uit m’n leven was en ik praktisch al die jaren gepest werd, slaagde ik glansrijk en had ik mooie cijfers.

Eén probleempje: Ik had geen idee wat ik ‘later wilde worden’. Typisch iets voor mij om bij de dag te leven en niet al te ver vooruit te kijken. Ik volgde in Utrecht een schakel-cursus om uit te vinden welke beroepen bij mij pasten. Niet echt leuk, want ik moest 3 uur per dag reizen met 6 verschillende bussen en op school vond ik geen aansluiting bij andere leerlingen. Al had ik wel in het geheim een oogje op een jongen met een enorm kakkineuze naam. Florian of zoiets.

De slotconclusie was dat banketbakker helemaal mijn ding zou zijn. En nog twee andere beroepen die ik me niet herinner. Als creatieve geest sprak het mooi opmaken van taartjes me wel aan, alhoewel ik nooit eerder interesse had getoond in kokkerellen of bakken. Ik schreef me in bij de afdeling Brood & Banket aan het CBM Techniek in Tilburg en kon halverwege het schooljaar instromen. Heel fijne mentor met goede begeleiding en qua theorie echt een makkie.

Ik ging fluitend door de opleiding en ook het praktijkgedeelte ging me goed af. In die tijd was ik overal goed in. Wat ik ook probeerde, ik kon het en werd er goed in. Zo ook de bakkersopleiding. Wat me wel op de nodige jaloerse blikken en pesterijen kwam te staan. Mijn eerste reactie? “Oh no, not again!”. Na 8 jaar pesten ben je het op een gegeven moment écht beu.

In het tweede jaar liep ik ook een paar dagen in de week stage. Ik heb onder meer bij bakkers in Vlijmen, Heusden en Andel gezeten en leuke periodes gehad daar. Mijn diploma bevatte, zoals verwacht, voornamelijk achten en zelfs een enkele negen. Ik kon tevreden zijn. Via mijn school vond ik een baan in een bakkerij in Gilze-Rijen, waar ik aan de slag kon. So far so good…

Al snel ging het mis. Ik kreeg veel last van mijn rug en het vroege opstaan brak me op een gegeven moment op. Om 5 uur beginnen (en dus uiterlijk rond half 4 uit bed) terwijl ik ‘s avonds niet zo vroeg in slaap kon komen. Korte tijd later werd in het ziekenhuis geconstateerd dat ik osteoporose had, botontkalking dus.

Ik was dus niet alleen slechtziend, maar had ook de symptomen van een oud wijf. Vrouwen in de overgang krijgen dit namelijk vaak. Ik mocht veel dingen niet meer, waaronder ook paardrijden (mijn grote passie), schaatsen, hardlopen en ook sjouwen en tillen. En dat gaf problemen in de bakkerij. Want werknemers die alleen taartjes kunnen opmaken, hebben ze niks aan.

Ik zegde mijn baan op en door een fout van UWV heb ik maanden zonder uitkering gezeten. Nog een geluk dat ik nog thuis woonde. Ik schreef me in voor een opleiding administratie in Wijk en Aalburg. Een vak waar ik totaal geen interesse voor had, maar ik moest iets. Ook die opleiding ging ik fluitend doorheen, veel te simpele lesstof en waar de helft nog nooit een computer van dichtbij had gezien, kon ik daar toen al mee lezen en schrijven.

Ik ergerde me vaak aan het lage tempo van de rest en was iedereen ver voor. Tijdens deze opleiding liep ik stage op het gemeentehuis in Wijk en Aalburg. Daar kwam ik erachter dat administratie écht niet mijn ding was. Ik vond ‘t saai en kreeg hoofdpijn-aanvallen van uren naar cijfertjes kijken en het geestdodende werk. Met dank aan mijn ontzettend leuke en lieve collega’s daar, heb ik er uiteindelijk in sociaal aspect wel op terug kunnen kijken als een leuke periode.

Kort na de opleiding werkte ik bij een klein administratiebureau in Oudendijk, maar ik werd depressief van het idee dat ik daar de rest van m’n leven zou zitten. Ik merkte aan alles dat mijn altijd zo flexibele en creatieve geest stukje bij beetje werd afgestompt en wilde dit niet langer. Ook daar gingen de hoofdpijn-aanvallen door en na slechts 4 maanden, nam ik ontslag.

Dan zit je dus op een punt in je leven, inmiddels zo’n 22 jaar oud, dat je erachter komt dat je 2 verkeerde opleidingen hebt gedaan en een probleem hebt. Wat volgde was een periode van extreem veel solliciteren, ook op banen die me totaal niets leken, om in hemelsnaam maar werk te hebben. Van de honderden sollicitaties die ik verzond, kreeg ik op hooguit 5% een reactie.

Er zat een duidelijk patroon in: Als ik in de brief vermeldde dat ik slechtziend was, kreeg ik überhaupt geen reactie, ondanks de rest van mijn CV en eeuwig goede cijfers. Als ik het niet vermeldde, mocht ik soms op gesprek komen. Maar als ik daar vertelde dat ik een visuele beperking had, was de zaak gelijk beklonken: Geen plaats voor iemand met een beperking, zelfs ondanks de gunstige subsidies die door de staat verstrekt werden aan werkgevers die iemand met een beperking in dienst namen.

Wat volgde was een periode waarin ik mezelf aanzag voor een nietsnut. Al m’n intelligentie, zelfredzaamheid, goede cijfers en het feit dat ik mezelf alles aan kon leren, kon me blijkbaar geen baan bezorgen. Dat doet weinig goeds met je zelfbeeld, waar in mijn geval toch al weinig van over was na jarenlang gepest te zijn. Het feit dat ik twee opleidingen waar ik niet mee uit de voeten kon had voltooid, zij het dan zeer succesvol, werkte daar ook niet echt aan mee.

Op een gegeven moment stopte ik met solliciteren en sindsdien weet ik niet beter. Rondkomen van een uitkering is geen vetpot, zeker niet als je het vroeger thuis altijd goed hebt gehad, maar ik kom er altijd nog van rond. Soms makkelijk, soms moeilijk. Ik weet niet beter.

Maar ik klaag niet. Zolang ik mijn huishouden draaiende kan houden, eten kan kopen voor mezelf en de beesten en zo nu en dan zelfs iets leuks voor mezelf kan scoren en een beetje sparen voor grotere doelen of onverwachtse uitgaven, gaat het prima. Er zijn altijd mensen die het nog veel slechter hebben.

Inmiddels ben ik 39 en als ik denk aan alsnog werken slaat de angst me om het hart. Stel dat ik aan werk zou komen (wat gezien mijn beperking én leeftijd én de huidige situatie op de arbeidsmarkt vrij onmogelijk is, tenzij ik dom werk ga doen op een sociale werkplaats), dan zou dat betekenen dat ik letterlijk mijn hele leven overhoop moet gooien en alles wat me nu zo vertrouwd is, zou veranderen.

Ik zou Bas niet kunnen houden, ik zou geen tijd overhouden voor de bezigheden waar ik nu mijn dagen mee vul en zou er waarschijnlijk ook nauwelijks aan kunnen wennen. Daar bij opgeteld dat ik zelfs voor 40 uur werk in de week met behoud van uitkering, nauwelijks meer zou verdienen dan ik nu ontvang. Voor het geld hoef ik het dus niet te doen…

Ik heb zo nu en dan vrijwilligerswerk gedaan, maar terwijl ik in en om huis prima functioneer, kom ik daar problemen tegen. Niet snel genoeg werken, iets niet kunnen vinden, geen overzicht. Zo werkte ik bij een VVV en waren er eigenlijk maar drie klusjes die ik qua zicht kon en ik moest om de haverklap vragen “Wat kan ik nu doen?” Zó denigrerend voor een volwassen vrouw.

Ook ben ik drie jaar lid geweest van een klankbordgroep. Het feit dat je de ogen van mensen niet ziet en hun lichaamstaal niet oppikt, zorgt al gauw voor verwijdering en buiten de groep vallen. Maar ook praktisch kwam ik vaak ‘ogen tekort’. Als er iets werd getoond op een projectiescherm of slides bijvoorbeeld. Ik kon nog zo dichtbij gaan zitten, ik zag het gewoon niet. En als mensen het dan achteraf nog aan je moeten uitleggen, wordt dat vaak niet op prijs gesteld.

Het is moeilijk te begrijpen dat ik in mijn eigen omgeving naadloos opga en alles ook vlekkeloos kan doen, maar een belangrijk punt is toch wel tijd. Geef me iets aan en ik leer het, maar om mijn administratieve periode aan te halen: Ik was soms dagen bezig met facturen invoeren, maar omdat ik naar informatie moet zoeken die een ander in één oogopslag ziet, was ik veel meer tijd kwijt dan een ander aan hetzelfde werk. En tijd is nu eenmaal geld, kunnen ze niet gebruiken!

Eigen baas worden heb ik ook wel eens aan gedacht. ZZP-er, ik ben er ondernemend genoeg voor. Maar ik ben wel slecht met cijfertjes en ik krijg de rillingen van belastingopgaven. Sowieso is het risico te groot. Op mijn leeftijd en met mijn kansen (weinig) mijn uitkering opgeven is een absolute no-go. Stiekem bijverdienen begin ik ook niet aan, mij te link en gaat tegen mijn gevoel voor moraal in. Mijn uitkering is mijn veilige haven en die geef ik niet zomaar op.

Iets in één van de creatieve sectoren waar ik me de laatste jaren op toegelegd heb, gaat ‘t ook niet worden: Inkomen is wisselend en ik heb wel een huishouden te runnen. Stel dat ik er destijds achter was gekomen dat de grafische richting me goed lag en ik daarvoor een opleiding had gedaan, had ik meer kansen en misschien ook wel een baan gehad.

Maar ik ontdekte pas na 1997 dat dit me goed lag. Op dit punt werk zoeken in deze branche is niet te doen. Juist vanwege het grote contrast tussen m’n beperking en beroepen die daar logischerwijs totaal niet bij passen, kom je zonder papieren nooit en te nimmer aan de bak.

Ik zou het denk ik ook niet eens willen. Ik doe vrijwel alles op gevoel en kan me daardoor moeilijk verplaatsen in wat een klant wil. Ik heb jaren terug regelmatig gratis of voor een habbekrats sites gebouwd voor bedrijven en instanties.

Mooie sites waar ik veel tijd en energie in stak, maar om iets exact aan te sluiten op wat de klant wil is erg lastig als je altijd vanuit je gevoel werkt. Iets maken wat totaal niet strookt met mijn creatieve geest vind ik ook erg moeilijk, zo niet ontzettend naar. Het neemt mijn plezier weg en belemmert me in de vrijheid van mijn creatieve geest.

Als ik eerlijk ben, vind ik het niet meer erg dat ik geen werk heb. Het idee dat ik nu nog zou moeten gaan werken maakt me letterlijk bang. Ik vul mijn dagen met van alles en nog wat, kom soms zelfs uren tekort. Altijd lui op de bank hangen en hele dagen TV kijken is niet aan mij besteed. Ik hou me liever wat meer productief bezig. Bedenk een project, schoon mijn computer eens op, hou me bezig met één van mijn hobby’s en lees veel omdat ik nog altijd leergierig ben.

Misschien dat ik het idee dat ik niet goed genoeg ben, omdat veel andere slechtzienden wel werk hebben, dus aan de kant zou moeten zetten, al blijft de twijfel soms knagen. Ik ben autodidact, erg intelligent, een doorzetter, ondernemend, leergierig en zeker niet lui. Het is waarschijnlijk vooral een kwestie van pech dat ik de verkeerde opleidingen heb gekozen. En als mensen me wel lui vinden? Dan zeg ik altijd spreekwoordelijk: Dagje ruilen? Ik ben aan m’n ogen gewend, maar weet zeker dat een ander gek zou worden als ze mijn zicht zouden hebben.

Wat is jouw visie op dit onderwerp?