Als je een beperking hebt, is de kans dat je regelmatig door wildvreemden wordt aangegaapt 60% hoger dan bij iemand waar niets aan mankeert. Dat is niet wetenschappelijk onderbouwd, dat zuig ik ter plekke uit m’n duim.

Maar er zit wel een kern van waarheid in, want alles wat anders is, is voor veel mensen interessant. Voor de één maakt dat je een bron van inspiratie, voor de ander leedvermaak, voor een derde ben je een bezienswaardigheid, alsof ze op de Tilburgse kermis nog niet genoeg hebben gezien.

Ondanks dat ik van geluk mag spreken dat je aan mij weinig ziet, zolang ik tenminste niet op m’n iPhone kijk of iets moet lezen, maak ik toch regelmatig mee dat mensen me ongegeneerd aan zitten te gapen of een grapje maken wat ze zelf ontzettend lollig vinden, maar wat voor mij weer een gevalletje “Daar héb je er weer zo één” is.

In tegenstelling tot opmerkingen over mijn uiterlijk, raak ik overigens doorgaans niet zo snel gekwetst door opmerkingen over mijn ogen, tenzij het echt grof is, wat ik gelukkig niet vaak meemaak.

Het is meer verbazing dan belediging. Want wat maakt iemand die géén bril draagt, maar wél heel dicht op haar telefoon of een stuk papier kijkt om iets te kunnen lezen, nu zóveel anders dan iemand met een bril die van een niet veel grotere afstand leest. Ik zou net zo goed lenzen kunnen dragen en op het gebied van beperkingen zijn er toch wel apartere dingen te vinden. Een paar dagen geleden was het weer zo ver.

Een wat ouder vrouwtje met een zonnebril op, haar achterste op de stoel naast mij geparkeerd en elke keer als ik op m’n iPhone keek en ze dacht dat ik het niet merkte, zat ze ongegeneerd naar me te staren. Keer op keer.

De verleiding was groot om die zonnebril van haar neus te tikken en te zeggen dat ik nog nét niet zó blind was dat ik haar niet zag kijken. Maar zo ben ik dan ook weer niet. Toch vraag ik me dan af waarom dat nu nodig is, dat gestaar.

Staren is één, opmerkingen maken is weer wat anders. Waar sommigen ‘t onderwerp amper aan durven te kaarten, bang dat ik het moeilijk vind erover te praten (als dat zo was had ik pas een probleem), is er ook een categorie die het nodig vindt om flauwe grappen te maken. Een greep uit de collectie: Dat ik zeker nooit kook omdat ik toch niets op het aanrecht zie liggen, slechtziend en fotografe? Zeker een 1 aprilgrap?

Dat ik vast nooit scherpe foto’s maak en de inmiddels veelvuldig herhaalde kreet “Kun je ‘t zien? Moet je m’n bril lenen?” Overeenkomst is dat deze mensen zichzelf vreselijk grappig vinden. De fotografiegerelateerde opmerkingen en insinuaties dat ik maar wat aan rommel en mijn mooie foto’s stom toeval zijn, doen wel pijn.

Hoe ik er op reageer? Doorgaans heel rustig (never show them your weakness). Ik kijk zo iemand aan (afhankelijk van de mate van grofheid met bijpassende dodelijke blik), zeg dat ik slechtziend ben en hervat mijn bezigheden alsof die opmerking nooit geplaatst is en ik niets gehoord heb. Meestal zeggen ze dan niets meer en soms zie ik zelfs dat mensen zich schamen voor hun lompheid. Kortom: De perfecte oplossing. Maar vermoeiend is het soms wel.

Heb jij ook een beperking? Hoe reageren mensen op jou?