Soms kom je op de meest bijzondere manieren op gedachten voor een nieuw artikel. Zo kwam ik via een link naar de site van Omroep Brabant met iets over de verkiezing van de beste worstenbroodjes van Brabant, een naam tegen die me deed denken aan de tijd dat ik zelf nog worstenbroodjes bakte, toen ik op de bakkersopleiding in Tilburg zat.

Daardoor dacht ik dat het misschien wel leuk was om wat over die tijd te vertellen, als een soort anekdote. Verhalen uit vervlogen tijden. Misschien zelfs wel leuk om vaker te doen, al is mijn geheugen nou ook weer niet zo fotografisch dat ik me uit elke periode van mijn leven dingen kan herinneren die leuk zijn om te vertellen. Maar over deze periode weet ik nog voldoende, dus neem ik je mee naar halverwege de jaren 90!

van blokken naar bakken

1993 was mijn examenjaar van de MAVO. Ik deed examen op D-niveau, kwam thuis met geweldige cijfers en één probleem: Ik had géén idee wat ik wilde worden. Vervolgens heb ik een half jaar een schakelcursus gevolgd in Utrecht (elke dag heen en weer met de bus vanuit Brabant), waarbij toegewerkt werd naar 2 of 3 beroepen die goed bij je zouden passen en je leuk leken. Vervolgens kon je je voor een opleiding aanmelden.

Bij mij kwam er bakker uit. Banketbakker om precies te zijn. Ondanks dat ik nooit enige affiniteit had gehad met bakken (wel met taart eten), had ik er niks op tegen. Een leven lang taart opmaken en allerlei andere lekkere dingen maken leek me niet heel vervelend.

Ik meldde me aan voor de opleiding Brood en Banket bij het CBM Techniek in Tilburg. Ondanks dat normaal gesproken een nieuw studiejaar in de zomer begint, kon ik na de kerstvakantie instromen. Ik had een aardige leraar genaamd Peter en de klas was ook niet al te groot, wat voor mij prettig was.

Met de klas naar een bakkersbeurs

Ik had het best naar m’n zin op de opleiding. De lesstof was belachelijk simpel en de praktijk was over het algemeen leuk om te doen. Beetje kleien met deeg, marsepein-poppetjes maken, vlechtbroden, worstenbroodjes, allerlei soorten koekjes en taarten.

Snoepen van de dingen die we maakten mochten we eigenlijk niet, maar dat werd toch regelmatig gedaan. Tussen de middag gingen we vaak met een groepje naar de Heuvelpassage om etalages te kijken of gewoon om wat te doen te hebben.

Klasgenoten

De klas was heel gemêleerd. Zo was er de boomlange Arno uit Breda (wij lagen elkaar niet zo) en de ietwat deftige Caroline uit Veen, waar ik ik het overigens goed mee kon vinden. Ook was er een Turk genaamd Hassan, en Said, de enige Marokkaan die ik ooit plat Tilburgs heb horen praten en wiens favoriete scheldwoord ik nooit ben vergeten, namelijk schapenkop, oftewel schèpekop op z’n Tilburgs. Ook ik heb dat woord regelmatig naar m’n hoofd gekregen. 🙂

Die laatste twee vlogen elkaar trouwens om de haverklap in de haren, wat soms voor hilarische taferelen zorgde. Verder was er de roodharige Monique uit Goirle, waar ik mee bevriend raakte. We gingen samen naar het vestingstadje Heusden, maakten Den Bosch onveilig en gingen een dagje naar de Efteling.

Ze is zelfs een weekendje bij mij thuis geweest. Altijd de grootste lol! Last but not least ben ik zelfs geruime tijd verliefd geweest op één van de jongens uit de klas, maar dat was, zoals ik inmiddels al heel vaak heb meegemaakt, niet bepaald wederzijds. 🙂

Met een vriendin van school in de Efteling

Helaas was het niet altijd leuk. Ik kreeg ook hier regelmatig te maken met de pesterijen en nare opmerkingen waaraan ik tijdens de jaren op Bartiméus in Zeist al gewend was geraakt. Toch was er een duidelijk verschil.

Er was een groepje die bij tijd en wijle iedereen in de zeik nam en ik was niet de enige die het zo nu en dan moest ontgelden, op de vorige school was dat wel het geval. Dat maakte het een stuk makkelijker om overheen te stappen en te beseffen dat het dit keer niet aan mij lag, maar aan hen. Qua school was de opleiding in Tilburg wel de leukste.

En Said, de enige Marokkaan die ik
ooit plat Tilburgs heb horen praten.

Tijdens mijn opleiding liep ik ook regelmatig stage bij bakkers om praktijkervaring op te doen. Ik werkte onder meer bij het gezellige Bakkertje Deeg in Heusden, Hans van Beijnen in Waalwijk (wijd en zijd geroemd door hun worstenbroodjes), Bakkerij Schouten in mijn eigen woonplaats Andel en bij een bakker in Vlijmen.

Na het afronden van mijn opleiding, kon ik al gelijk aan de slag bij een bakker in Gilze-Rijen. Een beetje vervelend was wel dat ik hier niet met het OV kon komen en ik ook geen taxivervoer meer kon krijgen. Noodgedwongen stond mijn moeder dus dagelijks voor dag en dauw op om mij naar m’n werk te brengen. Ik moest om 6 uur beginnen, dus dat ware héél vroege ochtenden! Zeker omdat het zo’n 40 minuten rijden was.

Banketbakkersdiploma

Helaas kwam er na een aantal maanden al een kink in de kabel. Niet alleen merkte ik dat ik moeilijk kon wennen aan het leven van vroege vogel en m’n nachten steeds korter werden doordat het niet lukte om vroeg op de avond te slapen. Ook werd rond die tijd ontdekt dat ik botontkalking had, wat verklaarde waarom ik al een tijdlang rugpijn had.

Ik heb nog een tijd met een soort niergordel om gelopen, maar toen de osteoporose eenmaal boven water kwam, moesten er dingen drastisch worden veranderd. Ik mocht bepaalde dingen niet meer (waaronder tillen en lang achtereen staan), waardoor het werk in de bakkerij niet langer mogelijk was. Ik nam ontslag en schreef me in op een andere opleiding. Hoe dat verder afliep, vertel ik misschien wel een volgende keer.

Wat is jouw leukste herinnering aan je school- of studieperiode?