Twee weken geleden schreef ik een blogpost, waarin ik vertelde dat de huisarts een knobbeltje in m’n borst had gevonden en dat ik vervolgens, zonder er ook maar iemand iets over verteld te hebben, vier dagen later naar het ziekenhuis ging voor onderzoek en er vervolgens helaas geen verlossend antwoord kwam, maar dat er iets gevonden was, wat niet 100% normaal was.

Ik had twee opties: Of een tweede punctie, dit keer met een dikke naald (zonder verdoving) of een operatie onder volledige narcose. Ondanks dat ik opereren de engste optie vond, heb ik toch daarvoor gekozen. Als ze het materiaal wat uit de punctie zou komen niet bevredigend vinden, bestaat de kans dat ze alsnog willen opereren en dan heb ik twee keer werk. Eruit met dat ding en gauw ook! Eigenlijk had ik op een wachtlijst van twee maanden zullen komen, maar vanwege m’n nog altijd actuele ziektevrees, kon ik binnen twee weken al terecht. Top geregeld!

Gister was dus dé dag! Ondanks m’n angst, heb ik het de afgelopen twee weken prima uit kunnen houden. Ik heb leuke dingen gedaan, me prima vermaakt met van alles en nog wat en nauwelijks zenuwen voor de operatie gehad en ook goed kunnen slapen. Ik heb dinsdag wel m’n huis extra grondig opgeruimd en schoongemaakt, met ‘t idee dat als er iets verkeerd gaat en ik niet terug zou komen, ik in elk geval een net huis achterlaat. Maar gelukkig kan ik ‘t navertellen!

Ik moest me ‘s morgens om 10:15 uur melden en werd vervolgens naar Dagverpleging gebracht. Kamer dertien. Het is maar goed dat ik niet bijgelovig ben! M’n moeder was trouwens mee, dat had ze al aangeboden toen ik twee weken geleden vertelde dat ik geopereerd zou worden.

Een beetje keuvelen met de zustertjes, jaloers toekijken hoe de vrouw in het bed naast me twee beschuitjes met jam kreeg (ik had sinds acht uur de vorige avond niks meer mogen eten) en tegen elven m’n operatieschort aan, om vervolgens met bed en al naar de afdeling Radiologie gebracht te worden, waar de draad ingebracht zou worden.

Daar had ik nog het meest tegenop gezien van alles, omdat dat dus niet tijdens de narcose zou gebeuren, maar het viel hartstikke mee. Ik kreeg namelijk een plaatselijke verdoving en dat bleek nodig ook, want die draad was een stuk staaldraad wat echt wel dikker was dan een gemiddeld stukje visdraad of naaigaren en er werd niet al te zacht omgesprongen met mijn borst, omdat ie blijkbaar niet wilde meewerken. Geef ‘m eens ongelijk!

Ik heb tijdens dit staaltje serieuze borstmishandeling voornamelijk zeer geïnteresseerd naar het echo-schermpje liggen kijken, waar het wel op een spannende voetbalwedstrijd leek. Elke keer als ie met de naald bijna bij het te verwijderen knobbeltje zat, schoot de ellendeling weer weg en moest ie opnieuw beginnen. “Ja ik voel wat weerstand”. Goh het zou ook eens niet.

Gelukkig lukte ‘t uiteindelijk en werd de draad van binnen met weerhaakjes vastgezet aan het te verwijderen weefsel, om te voorkomen dat de draad zou verschuiven of eruit zou gaan. De draad werd geplaatst om tijdens de ingreep de exacte locatie te kunnen bepalen. Wel zo handig.

Ik kan je vertellen dat het een raar gezicht is, als er zo’n stuk ijzerdraad uit je decolleté steekt. Maar ik was wel erg blij met die verdoving, want ik voelde er dus helemaal niks van. Vervolgens moest er weer een borstfoto gemaakt worden, net als twee weken geleden. Dit keer om te kijken of de draad inderdaad goed geplaatst was. Ze laten niks aan het toeval over en dat is maar goed ook. Hou ik zelf ook niet zo van.

Vervolgens werd ik weer teruggebracht naar de afdeling, waar m’n moeder nog zat. Inmiddels was het al half twaalf (de eerste keer van m’n leven dat de tijd vloog in een ziekenhuis) en tegen twaalven werd ik naar de OK gereden. Eerst naar de verkoeverkamer, waar wat plakkers werden aangebracht waar tijdens de operatie de hartbewaking op aangesloten zou worden, een infuus waarmee ik in slaap gebracht zou worden en een bloeddruk-band. Ook hier werden nog wat laatste details doorgesproken en vervolgens was het tijd voor het echte werk.

Het eerste wat ik zei toen ze me de OK op reden was “Wauw!” Ik had zoiets nog nooit in het echt gezien (die keer dat ik als een paar weken oude baby geopereerd ben telt niet, omdat ik daar niks van weet) en mijn innerlijke nerd begon al enthousiast op het bed heen en weer te springen, bij het zien van zoveel interessante apparatuur. Laat ik zeggen dat ik denk dat ze blij waren dat ik snel onder zeil ging, want ik vroeg ze de oren van hun kop.

Eenmaal op de operatietafel, werd er geen tijd verspild: Het laatste wat ik zag waren de mooie ogen van de bijzonder knappe Belg die me mijn ‘slaapshot’ gaf en dat heeft waarschijnlijk voor mooie dromen gezorgd, want ik werd ongeveer een uurtje later later heerlijk relaxed wakker in de verkoeverkamer, waar ik vertroeteld werd door een aantal bezorgde zustertjes.

Mijn eerste vraag, nog zo duf als een konijn: “Hoe laat is het?” Vervolgens begon ik al te bedelen om eten. En water, véél water. Ik had echt een ont-zet-tend droge bek en m’n tong voelde aan als een lap zeemleer. Ik geloof dat ik wel twee glazen water op heb.

Toen ik een halfuurtje later terug op kamer dertien was, kreeg ik een beschuitje met jam en een kop thee voorgeschoteld, waar ik wel raad mee wist. Misselijkheid na narcose? Nóóit van gehoord. Niet als je Ester Dammers heet. Vervolgens bedelde ik er ook nog een boterham met worst en melk bij. Ik voelde me inmiddels weer een beetje mens en had praatjes voor tien.

Ik kletste gezellig met mijn overbuurman, die toevallig ook aan z’n borst geopereerd was (ook mannen hebben borsten, soms zelfs een bh’tje waard) en toen het gespreksonderwerp al snel op motoren terecht kwam, hadden we de eerstkomende tijd gespreksstof genoeg. Hij had ook jaren gereden, dus wist er ook wel over mee te praten.

Niet veel later arriveerde m’n moeder, die me via Whatsapp al mijn favoriete eten beloofd had, (zuurkoolschotel met banaan). Die had ze thuis gekookt en meegenomen. Service! Bloeddruk en temperatuur werden vervolgens nog eens opgenomen, ik kreeg een naaldje in m’n been gejast tegen trombose en er werd een afspraak gemaakt voor de uitslag. die helaas geen week op zich laat wachten, maar twaalf dagen. Eigenlijk vind ik het niet eens zo erg. Ik voel me zo sterk dat ik prima een paar dagen langer kan wachten.

De operatie was verder voorspoedig verlopen zonder complicaties en het sneetje was, zoals de chirurg al beloofd had, heel beschaafd gebleven. Zo’n vijf centimeter en net een stukje boven de tepel, dus valt niet in het zicht als ik eens een wat lager uitgesneden shirtje draag.

Het ziet er nu al erg netjes uit, dus ik denk dat het mooi zal genezen. Er zitten twee verschillende pleisters op: Eén die een week lang moet blijven zitten en waar ik ook mee mag douchen en één die er over twee dagen vanaf mag en dan een paar keer een nieuwe erop.

Met de pijn valt ‘t overigens hard mee. Ik moet de komende dagen wel een sport-bh dragen en daar ook mee slapen en om de zes uur paracetamol pakken, ook als ik niet eens echt pijn heb. Allemaal preventief zeg maar. Het valt me me sowieso wel op dat mijn pijngrens blijkbaar in de loop der tijd flink verhoogd is. Ook met het prikken, wat ik doorgaans altijd een erg vervelende en pijnlijke aangelegenheid vond, had ik nergens last van.

Vervolgens werd ik dus ‘ontslagen’, zoals ze dat zo mooi noemen. Helaas kon ik niet in huppelpas naar de auto draven, want ik moest, tot mijn afgrijzen, in een rolstoel naar de auto gebracht worden. Mijn protesten dat ik aan m’n benen niks mankeerde en ook niet duizelig was, werden genegeerd, het was echt beter zo. Net als dat het sterk aan te bevelen was om de eerste 24 uur na de operatie niet alleen te blijven. “Kijk maar of je iets kunt regelen”. Ja, knikte ik braaf en ik deed nee. Ik heb drie beesten bij me in huis, dat is ook niet alleen. :-)

Inmiddels liet het weer zich ook van z’n beste kant zien en werden we tijdens het ritje naar de auto geteisterd door slagregens. Je had ons moeten zien. Ik in zo’n krakkemikkig rolstoeletje met een enorme paraplu over m’n hoofd gevouwen (om m’n moeder niet in haar ogen te prikken en om enigszins droog te blijven) en m’n moeder doorweekt achter de rolstoel.

Het moet een hilarisch gezicht geweest zijn. Ik was in elk geval blij dat ik thuis wel gewoon kon doen en laten wat ik wilde en nadat we genoten van een heerlijke chocolademuffin, de beloofde zuurkoolschotel en lekkere yoghurt met fruit toe, ging ik nog mooi een eind wandelen met Bas. Ik had mijn loopje echt al gemist en liep vier kilometer.

Dat is overigens nog heel beschaafd voor mijn doen. Zeker gezien de afstanden van de afgelopen dagen (14 kilometer deed ook mee). De enorme kaart op de meest linkse foto hieronder had m’n moeder trouwens ook nog gestuurd, ondanks dat ze er vandaag zelf bij was.

‘s Avonds kwam Martin een bakkie doen en ik heb ‘t sowieso druk als een klein baasje gehad met het beantwoorden van alle lieve en meelevende berichtjes op Facebook, Twitter en Whatsapp. Ondanks dat ik niet iemand ben die zoiets echt nodig heeft, vind ik het uiteraard wel heel lief! De avond is verder sowieso prima verlopen. De heesheid en droge keel verdwenen en zoals ik al schreef, is de pijn ook op een heel acceptabel niveau.

Tot slot iets over mijn mentale staat van dienst: Er gebeuren bijzondere dingen. Sowieso heb ik de afgelopen twee weken vanaf de onderzoeken tot aan de operatie prima door kunnen komen. De eerste dagen na het onderzoek merkte ik wel dat ik minder stabiel was qua angst, maar toch trok dat van lieverlee weer weg en voelde ik me eigenlijk vrijwel normaal.

Natuurlijk dacht ik wel aan de operatie en de uitslag die later onherroepelijk zou volgen. maar ik heb tijdens therapie geleerd om meer in het hier en nu te leven en dat alles wat in de toekomst te gebeuren staat, geen invloed heeft op nu, dus dat ‘t geen zin heeft om daarover te piekeren. Ik ben sowieso nooit zo’n toekomstkijker geweest, dus dat past erg goed in mijn straatje, zeker nu het ook vruchten afwerpt en ik merk dat het goed voor me werkt.

Zelfs de nacht voor de ingreep heb ik als een roosje geslapen en heb nauwelijks zenuwen gehad. Ik had het inmiddels omgevormd tot ‘het meemaken van een interessante ervaring’ in plaats van het te zien als ‘een enge operatie waarbij van alles mis kan gaan’. Omdenken heet zoiets.

Je hoeft jezelf natuurlijk niet voor te liegen door er iets mooiers van te maken, maar ik vónd het ook echt interessant, ik heb alles bekeken, veel gevraagd. Als je er met zo’n instelling naartoe gaat, dan ga je daar naar leven. Het is niet de situatie, maar hoe je ermee om gaat. De menselijke geest is zo’n immens sterk en flexibel instrument, je moet weten het te besturen.

De slotconclusie van een behoorlijk lang verhaal is dat de operatie en alles eromheen me 200% meeviel. Eigenlijk bestaat een deel van mijn angst om ziek te worden ook uit angst voor operaties. Dat leek me een onoverkomelijk iets. Nu heb ik het meegemaakt, ervaren wat er gebeurt, hoe het gaat en echt, als het nodig was zou ik het morgen zo weer doen.

Dat stukje van mijn angst is nu dus eigenlijk weggenomen. Ik merk ook dat ik hier zoveel sterker door word. Door dit mee te maken, door dit zelf te doen. Sterk blijven maar vooral mezelf sterker maken. Ik doe me niet beter voor dan ik ben, houd me niet stoer, terwijl ik stiekem beef als een rietje. Dit is wie ik ben, hoe ik ben. Ik ben trots op mezelf dat ik dit gewoon aankan en dat ik een best ingrijpende gebeurtenis als dit (zeker als je een ziektefobie hebt en je grootste angst opeens wel heel dichtbij komt) juist aangrijp als een kans om van te leren.

Ik heb de uitslag natuurlijk nog niet, maar ongeacht wat eruit komt: Ik weet dat ik het aankan. Ik heb een operatie gehad, ik heb allerlei onderzoeken gehad en nog steeds gaat ‘t 100 keer beter dan november en december 2014, toen er helemaal niks aan de hand was. Ik heb veel geleerd de laatste maanden. Over mezelf, over het besturen van je geest met simpele maar doeltreffende middelen, over leven in het hier en nu, luisteren naar lichaam en geest en milder zijn voor jezelf.

Aangenaam: Ester Dammers. And this is what girlpower looks like! :-)

Girlpower selfie!