Een week geleden maakte ik een uitstapje naar Woudrichem, met het idee even rond te lopen, iets te eten of drinken bij de ijssalon (en bij te kletsen) en vervolgens terug naar huis met de pont. Behalve dat ik uiteindelijk met Bas naar Sleeuwijk ben gelopen door de uiterwaarden, keerde ik later op de dag ook huiswaarts met een stapel leuke foto’s.

Omdat het er te veel waren om in de Weekly Snaps van afgelopen zondag te vermelden, leek het me een goed idee om daar dan maar een aparte blogpost aan te wijden. Sowieso omdat het stuk voor stuk foto’s zijn die wel wat extra aandacht verdienen, omdat ze de moeite waard zijn.

Verandering van spijs doet eten en ondanks dat ik inmiddels alweer 13 jaar in een historische vestingstad woon en in Woudrichem de deur ook aardig plat loop, blijft het een leuk plaatsje met veel fotogenieke plekjes, die elk jaargetijde weer anders ogen en hun eigen charme bezitten.

Het is niet voor niets dat er elk jaar heel wat toeristen uit alle windstreken naar dit stadje komen. Ik heb er een tijdje geleden zelfs een stel Friezen gesproken, die speciaal uit hun woonplaats Sneek waren gekomen en een urenlange reis met trein en bus achter de rug hadden, om die 0.14 vierkante kilometer die de vesting van Woudrichem rijk is, te kunnenbezichtigen.

Op bovenstaande foto’s zie je onder meer het standbeeld van Peer Verhagen, een vroegere burgemeester van Woudrichem, de historische haven, Restaurant De Stroming, een prachtig huis met een eveneens prachtige tuin, schapen op de vestingwal en het huis wat inmiddels bekend is geworden door Dokter Tinus. En niet te vergeten de korenmolen genaamd Nooit Gedagt.

Grappig aan Woudrichem, vind ik dat het eigenlijk op het randje van Brabant ligt. Het valt officieel onder Noord-Brabant, maar het taaltje wat de mensen er spreken, is niet wat de meeste mensen herkennen als het Brabants met de zachte G. Het is een eigen taaltje (Woerkums), Desondanks is wel te merken dat je in Brabant rondloopt, niet in het minst vanwege mensen die je spontaan begroeten, wat hier in Gorkum toch wat minder ingeburgerd is.

Ik ken overigens ook meer mensen in Woudrichem, dan in mijn eigen woonplaats Gorinchem. Ik heb een tijdje gedacht dat ‘t kwam doordat ik opgegroeid ben in die gemeente, maar in het dorp waar ik vroeger woonde, ken ik nauwelijks mensen, dus die vlieger gaat niet op. Waar ik pas de laatste paar jaar in Gorkum wat meer mensen leer kennen, kom ik in Woudrichem bijna op elke hoek van de straat wel iemand tegen die ik ken, of die me op z’n minst bekend voorkomt. Geen idee waar dat vandaan komt, maar het maakt wel dat je je ergens prettig voelt.

Ik kom graag in ‘Woerkum’. Ook al kan ik er elke straat dromen, van het Alversteigersteegje tot het houten rammelbruggetje aan de vestingwal en van het Kloosterhof tot aan de pittoreske Rijkswal, het blijft leuk om er rond te lopen. Ik vind het ook een sport om steeds weer bepaalde details op te merken die me eerder niet opvielen en natuurlijk mooie foto’s maken!

Vanavond en morgenavond ben ik trouwens ook in Woudrichem te vinden, als verkeersregelaar voor de avondvierdaagse, samen met een hoop andere mensen. Misschien kom je me wel tegen!