Het is voor het eerst in maanden dat ik het redelijk volhoud om dagelijks te bloggen. Nu heb ik sowieso vanaf 13 april elke dag wel een blogpost gefabriceerd, dus goed bezig al zeg ik het zelf. Ik heb het er al vaker over gehad dat die ik-moet-bloggen instelling best wat minder mag, het is nog altijd hobby tenslotte, maar ik hou qua bloggen gewoon van een beetje regelmaat.

Anyways, vandaag weer een fijn lijstje vragen uit het roze boekje, welke ik weer met veel plezier en zo nu en dan met wat hoofdbrekens zal beantwoorden. Dit keer wel vragen waar ik echt over na moest denken, onder meer welk overlijden me het meest aangreep, wat geluk eigenlijk is en wat ik graag goed had willen kunnen.

239. Is geluk een doel of een momentopname?

Geen van beide: Geluk is een levensinstelling, Mensen die geluk als doel zien, worden daar vaak nog ongelukkiger van omdat ze te hoge verwachtingen hebben en een bepaalde vorm van geluk voor zich zien, terwijl ze het vaak al gewoon in handen hebben. Een momentopname? Soms, maar je kunt nog zulke prachtige momenten beleven zonder ze echt als geluk te zien. Gelukkig zijn, geluk voelen en creëren, dat is iets wat in je systeem zit.

240. Met wie wil je je laatste minuten doorbrengen?

Ik blokkeer bij dit soort vragen, geen idee.

241. Heb je een missie in je leven?

Nee. Of het moet zijn dat ik mijn leven wil leven op een manier die ik prettig vind. Vroeger liet ik me te vaak leiden door wat anderen van me wilden en paste me daarop aan. Daar werd ik heel ongelukkig van en dat doe ik dus niet meer.

Dat is trouwens ook één van de redenen dat ik geen relatie heb: Vroeg of laat moet je toch aan verwachtingen voldoen en daar heb ik gewoon geen zin in. Mijn leven, mijn regels. Daarmee bedoel ik overigens niet dat een ander zich maar aan mij aan moet passen! Dat is niet de essentie hiervan.

242. Ben je aan iets verslaafd?

Niet dat ik weet.

243. Welk overlijden heeft je het meest aangegrepen?

Ondanks dat ik inmiddels 41 ben, heb ik nog relatief weinig te maken gehad met overlijden. Om nou te zeggen wat met het meest aangreep heb ik ook niet echt een kant-en-klaar antwoord op. Het meest recent is natuurlijk het overlijden van mijn oma, maar eigenlijk vond ik het deel wat eraan vooraf ging meer aangrijpend dan het feit dat ze overleed. Ze was gewoon op, ze had rust nodig. Het gaf meer een gevoel van ‘zo is het goed’, dan dat ik ervan ondersteboven was.

Oma met Bas op schoot

244. Hoe zou de titel van jouw autobiografie luiden?

Ik ben slecht in titels bedenken. Waarschijnlijk zou het iets zijn waaruit duidelijk naar voren komt dat ik anders ben. Anders dan de gemiddelde vrouw. Anders vanwege mijn visuele beperking, anders omdat ik volgens mij één van de weinige mensen ben die het volhoudt om 13 jaar geen relatie te hebben en daar nog tevreden mee is ook.

Anders omdat ik over veel onderwerpen een andere opvatting heb dan gemiddeld en ook anders omdat ik blijkbaar geen standaard verschijning ben. Dat heb ik vaak ondervonden doordat ik uitgescholden werd op straat, tegenwoordig merk ik het voornamelijk doordat mensen die me één keer eerder hebben gezien me herkennen.

245. Hoeveel lijk je al op wie je wilt zijn?

Ik ben geen mens van doelen en ik wil nergens op lijken. Ik ben bezig met afvallen, maar om nou te zeggen dat ik graag een lijfje als Doutzen Kroes wil, dat is toch wat onrealistisch. Ik ben mezelf. Het heeft me lang genoeg gekost om erachter te komen wie ik nu eigenlijk écht ben, en daar wijk ik dus nu geen centimeter meer vanaf.

246. Wanneer moet je een relatie beëindigen?

Als je er ongelukkig van wordt om wat voor reden dan ook. Doordat je je beklemd voelt, je niet goed behandeld wordt, doordat je het saai vindt. Whatever reason it may be: Gewoon kappen. Ik heb het zelf allemaal meegemaakt en nog bleef ik veel te lang hangen.

Waarom? Omdat je ergens in je kop zo’n stemmetje hebt “dat het er wel bij zal horen en dat je je niet aan moet stellen, want elke relatie heeft ups en downs”. Ik zeg nooit dat ik ergens echt spijt van heb omdat ik alles zie als een les, maar in theorie heb ik wel een aantal jaren verkwist met het aanhouden van relaties die mentaal en fysiek ontzettend slecht voor me waren.

Stoepbord van IJssalon Baks met mijn ontwerp

247. Hoe belangrijk is je werk?

Ondanks dat ik tegenwoordig betaald word om twee keer per maand een stukje tekst van zo’n 350 woorden de krant in te slingeren, vind ik dat nog altijd geen echt werk. Ik hoef er tenslotte niet voor van huis en ik ben er geen hele dagen mee bezig. Maar ik ga voor de volle 100% bij wat ik doe. Zo help ik ook twee horecazaken (m’n vrienden van de ijssalon en van Istanbul) regelmatig met uiteenlopende dingen, van wat advies tot grafische vormgeving.

Dat is gewoon allemaal een vriendendienst, maar dat neemt niet weg dat ik er uitermate serieus mee bezig ben en echt mijn best doe op de dingen die ik doe. Gen half werk en geen rommel. Ik kan erg gedreven zijn en het geeft me een enorm goed gevoel als ik iets goeds heb neergezet en de mensen in kwestie blij zijn met mijn bijdrage.

Ook is het tof om je eigen werk, toch min of meer een handtekening, ergens terug te zien. Neem bijvoorbeeld het stoepbord bij de ijssalon: mijn foto’s en ontwerp! Ook bij Istanbul is mijn hand duidelijk terug te zien in onder andere de door mij gebouwde site, een foutloze menukaart en goed onderhouden social media kanalen. Er staat nergens bij dat ik het gemaakt heb, maar dat maakt voor het gevoel niet uit. Wat ik aan werk doe vind ik dus belangrijk, maar vooral belangrijk om het goed te doen.

248. Wat had je graag goed willen kunnen?

Hier weet ik zo snel geen antwoord op eigenlijk. Niet dat ik vind dat ik alles goed kan, maar ik kan wel gaan zeggen dat ik graag goed had willen koken, terwijl ik daar geen interesse in heb. Of iets anders waar ik toch niks aan heb. De dingen waar ik veel mee bezig ben kan ik eigenlijk ook wel goed (anders zou ik ze niet doen), dus ik heb geen antwoord op deze vraag.

249. Maakt geld gelukkig?

Nee.

250. Zou je je partner nu opnieuw kiezen?

Ik heb geen partner, dus kan deze vraag niet beantwoorden. Als ik ‘t ga hebben over ex-partners is het sowieso een definitieve nee.

251. In welke sport denk je goed te zijn?

Geen enkele. Ik ben sowieso geen sportfanaat, ondanks dat er best veel mensen beweren dat ik heel sportief ben. Ik fiets en wandel veel en in de zomer doe ik aan kajakken, voor zover je dat een sport kunt noemen en dat is het. Hardlopen mag ik niet vanwege m’n rug en om diezelfde reden, leidt een abonnement op de sportschool bij mij steevast tot een abonnement op de fysio.

Teamsporten kan ik vanwege mijn slechte ogen niet, dus houdt het daar wel een beetje op. Ik vind fietsen en wandelen fijn, maar om nou te zeggen dat ik er goed in ben. Dat is ook niet de achterliggende gedachte. Ik doe iets omdat ik het prettig vind, niet omdat ik goed wil zijn. Als je ergens goed in bent (zie vraag 248) is dat mooi meegenomen, maar dat is ook alles.

252. Veins je vaak interesse?

Heel soms maak ik me daar wekeens aan schuldig ja.