We zitten nu ruim een week in een situatie die voor iedereen vreemd, onbekend en onwerkelijk aanvoelt en je merkt dat mensen zich daardoor soms anders gaan gedragen. Op het moment lijkt het land haast in twee kampen verdeeld te zijn.

De mensen die zich bewust zijn van het risico, zich aan de voorschriften houden en er serieus mee omgaan. En dan de groep die ‘laconiek’ als middle name heeft, het virus vergelijkt met een stom griepje en niet onder stoelen of banken steekt dat ze niet van plan zijn zich aan te passen.

“Vijftien miljoen mensen. Die schrijf je niet de wetten voor, die laat je in hun waarde.” zongen Fluitsma en van Tijn in 1996 (check trouwens ook deze bijzondere versie van Davina Michelle en Snelle). Dat typeert wel hoe Nederland in elkaar zit. Trots, nuchter en onafhankelijk. Maar, zoals Imane op Twitter schreef: “Dit is niet het moment om nuchter te zijn, maar verstandig.”

Zelf merk ik ook dat het veel met me doet. En niet alleen de onzekerheid die soms aan je vreet of de angst om zelf ziek te worden. Je moet omschakelen, al dat niet letterlijk. Je wordt gedwongen andere keuzes te maken dan je misschien onder normale omstandigheden zou doen en je krijgt een spiegel voorgehouden. Hoe ga jij hier mee om? Want dit is voor iedereen nieuw.

Persoonlijk heb ik er geen moeite mee om me aan te passen aan regels. Al voordat er officieel maatregelen werden genomen, hield ik afstand. Wat me zelfs op een scheldpartij midden in de HEMA kwam te staan toen ik over m’n schouder keek omdat de vrouw achter me wel erg dichtbij stond. Ik was maar een aansteller, een stomme trut en moest maar geen boodschappen doen.

Wat ik vooral merk, is dat ik tegen dingen aanloop die ik eigenlijk al jaren onder de mat schuif. Dat ik toch wel érg vast blijk te zitten in angst voor vooroordelen en dat ik eigenlijk teveel moeite doe om te voorkomen dat mensen me onaardig zouden kunnen vinden. Niet zo heel vreemd als je je bedenkt dat ik al vanaf jonge leeftijd praktisch achtervolgd word door een onaflatende stroom vooroordelen en mensen die hun zwartste gevoelens op mij willen botvieren.

Ik schreef in de meest recente 1000 vragen editie nog dat ik lang in de overtuiging heb geleefd dat ik niets waard ben zolang ik mensen niet hun zin geef of bepaalde voordeeltjes voor ze heb, maar zoiets leer je erg moeilijk af en ondanks dat ik het veel eerder door heb als mensen alleen maar iets van me willen of ‘gewoon even’ lullig willen doen, blijft de angst voor vooroordelen en ‘onaardig gevonden worden’ toch bestaan. Mooi voorbeeldje was bijvoorbeeld deze ochtend.

Ik was voor mijn doen extreem vroeg opgestaan om naar AH te gaan omdat ik wat dingen nodig had. Ik ga altijd naar de zelfscan-kassa, maar omdat er iets was met een artikel wat in de bonus was, vroeg ik om hulp. Het meisje wat me kwam helpen was enorm vriendelijk, maar stond op een afstand van hooguit een halve meter bij me vandaan. Zelf kon ik niet verder achteruit omdat ik al praktisch met m’n rug in de kassa geparkeerd stond.

Gezonde boodschappen

Ik voelde me zó vervelend over deze situatie dat ik daardoor afgeleid werd en amper hoorde wat ze zei, maar vragen of ze afstand wilde houden, deed ik niet. Met nog vers in mijn geheugen dat je zomaar uitgescholden kan worden vanwege zo’n vraag en omdat ik het ‘echt niet kon maken’ omdat ze juist zo vriendelijk was. Dat is typisch hoe ik in elkaar zit. En in deze situatie is dat niet alleen onhandig, maar ook nog eens risicovol.

Zo ben ik ook al de hele week bezig met bedenken hoe ik mensen op straat duidelijk kan maken dat ik afstand wil houden. Wanneer ik Bas bij me heb, probeer ik die zo breed mogelijk naast me te laten lopen, maar dat lukt niet altijd omdat hij er niet altijd zin heeft om voor chaperonne te spelen. Als ik op de fiets zit bel ik, maar dat haalt weinig uit. Mensen vinden het makkelijker om een grote mond te geven dan begripvol te zijn, dus ik zit best met deze kwestie in mijn maag. En waarom? Omdat ik het erg vind als een onbekende mij onaardig vindt?

Dat is dus iets waar ik de komende tijd écht aan zal moeten werken. Jammer dan dat iemand me een rare vindt omdat ik met een boog om hem of haar heen loop. Jammer dan dat iemand me een trut vindt of me zelfs beledigt omdat ik afstand wil houden. Ik moet nú aan mezelf denken en niet aan wat een ander van me vindt.

Ondanks dat ik mezelf er de afgelopen dagen een paar keer op betrapt heb furieus te worden uit onmacht en met name door het onverantwoordelijke gedrag van andere mensen, weet ik dat ik een goed mens ben, nooit anderen opzettelijk kwets of benadeel en dat is veel belangrijker dan andermans vooroordeel. Niet alleen nu, maar gewoon altijd.

Desondanks is dat wel een enorme omschakeling, je dwingt jezelf in feite om in korte tijd een heel andere denkwijze te hanteren dan je altijd hebt gedaan, maar ik heb me voorgenomen deze tijd van extra thuiszitten en weinig omhanden hebben te gaan gebruiken als een periode van zelfreflectie en zelfontplooiing. Om dit te zien als leermoment.

Zo zijn er legio dingen die een andere aanpak vereisen. Soms groot, soms klein. Ik ben iemand die erg bij de dag of zelfs bij het moment leeft. Iets als plannen doe ik nooit en vind ik zelfs ronduit vervelend. Toch is plannen zo’n beetje mijn nummer één bezigheid op dit moment.

Mijn looproute met Bas plannen om zo weinig mogelijk mensen tegen te komen, plannen op wat voor dag of tijd ik om een boodschap ga. Mijn afspraak in het ziekenhuis die voor begin mei op de agenda stond een paar maanden verzetten en ga zo maar door. Het is even omschakelen, maar dat is even niet anders en je wordt er als mens ook flexibeler en veerkrachtiger door.

‘Free Hugs’ cactus illustratie

Iets wat voor mij best een groot ‘dingetje’ is, is dat ik momenteel op een andere manier met mijn angststoornis om moet gaan. Zo kom ik bijvoorbeeld al ruim zes jaar één keer per maand bij de huisarts voor een check-up en een gesprekje. Eigenlijk is er altijd wel een bultje of ander dingetje wat ik toch even na wil laten kijken. Langer dan een maand vind ik erg moeilijk en dat geeft dan ook weer angst voor de angst en verergert de zaak.

Toch heb ik vorige week mijn maandelijkse afspraak afgezegd zonder zicht op wanneer ik weer kan. Ik heb mezelf maar vast aan het idee gewend dat het weleens maanden zou kunnen duren voor ik weer naar de huisarts kan. Het idee ‘stel nou dat ik ergens wat voel en dan niet kan’ is beangstigend, maar tot nu toe red ik het en kan ik mezelf afleiden als er iets op de loer ligt.

Gisteravond laat ben ik nog wel langs de huisartsenpraktijk gefietst om een zelfgemaakt kaartje in hun brievenbus te stopen. Omdat ze zo vaak een grote steun voor mij zijn geweest en ik in deze tijd hen een hart onder de riem wil steken. Voor de zekerheid het kaartje met wegwerp-handschoentjes aan gemaakt én gepost, want ik zou het mezelf nooit vergeven als ik de halve praktijk zou besmetten via een kaartje. Ik heb nergens last van, maar better safe than sorry!

Ook heb ik preventief eens per jaar een borstonderzoek in het ziekenhuis omdat borstkanker mijn allergrootste angst is. Ik maakte halverwege februari een afspraak en kon pas 7 mei terecht. Vond ik vreselijk lang en baalde ik enorm van. Want zoiets is voor mij erg stressvol en wil ik dus zo snel mogelijk achter de rug hebben en ook niet al te lang tegenaan hoeven hikken.

Guess what? Ik heb gisteren het ziekenhuis gebeld en de afspraak nog eens 3 maanden verzet, naar eind juli. En ik heb er niet eens last van. Zulke dingen maken me ook enorm trots. Want het leert je beseffen dat je meer aankunt dan je soms zelf denkt. Ik zie lastige situaties vaak als een uitdaging, of het nu een computerprobleem is, een fout in de code van mijn blog of iets op het psychische vlak. Zo ben ik dit ook gaan zien, als een uitdaging. Een les, een uithoudingsproef.

Ik heb in mijn leven al veel narigheid en moeilijke periodes meegemaakt, meer dan gemiddeld kan ik helaas wel zeggen, maar ik ben er altijd sterker en beter uit gekomen. Omdat een mens tot meer in staat is dan hij of zij vaak zelf denkt en omdat juist de donkerste en moeilijkste periodes de beste levenslessen zijn. Daar geloof ik oprecht in. En zo probeer ik op mijn eigen manier deze vreemde, surrealistische en beangstigende situatie het hoofd te bieden.