Het leuke van een blog hebben, is dat je werkelijk overal over kunt schrijven. Bij mij is het aantal onderwerpen desondanks toch vaak wel redelijk voorspelbaar: Fotografie, fietsen, creativiteit, dagelijkse belevenissen en af en toe iets heel persoonlijks of een review. Maar gelukkig is ook daarin nog genoeg variatie mogelijk!

Wat ik in dit artikel vertel is heel persoonlijk, maar wel op een totaal andere manier dan je misschien verwacht. En om gelijk maar met de deur in huis te vallen: Het zal misschien opgevallen zijn dat ik tegenwoordig regelmatig iets loslaat over het feit dat ik (nog altijd) fan ben van de groep Take That en van Gary Barlow, de leadzanger van die band.

Niks geks mee om fan van iets of iemand te zijn. Wél is het apart als je enerzijds zegt al sinds de jaren 90 fan te zijn, inmiddels 20 jaar een blog hebt, maar over dát onderwerp tot een jaar geleden eigenlijk nóóit iets losliet. Ik kan me best voorstellen dat mensen dat wat eigenaardig kunnen vinden. Daarom vertel ik je vandaag de background story!

Back to the 90s

Ik was inderdaad in de jaren 90 groot fan van de populaire ‘boyband’ Take That. Ik denk dat iedereen ze wel kende: Vijf knappe jongens uit Engeland met catchy popliedjes en een fanbase bestaande uit duizenden (hysterische) tienermeisjes. Het was volgens mij in 1993 of 1994 dat ik fan werd. Ik kreeg zelfs vriendinnen, iets wat tot op dat moment eigenlijk nog nooit was voorgekomen in mijn leven. Vrienden en vriendinnen hebben.

De meeste fans waren wel wat jonger dan ik, het begon bij pakweg een jaar of 12 á 13 met een gemiddelde leeftijd van tussen de 14 en 16. Ik was op het moment dat ik fan werd al 19. Het jaar ervoor had ik net eindexamen gedaan voor de MAVO in Zeist.

Boyband Take That in de jaren 90

Desondanks maakte het niet uit je jonger of ouder was, we hadden tenslotte hetzelfde gedachtengoed: we waren allemaal dol op dezelfde 5 jongens en iedereen had wel een favoriet. Bij mij is dat een korte periode Mark geweest, ‘the little cute one‘ met die leuke glimlach. Toch verschoof de aandacht uiteindelijk al vrij snel naar één van de toen nog minder populaire bandleden van de groep: Gary Barlow.

Over mijn geschiedenis als Take That-fan zou ik nog uren kunnen schrijven. Dat ik vrij spontaan 3 weken naar Manchester ben geweest (met een andere fan die ik net een paar weken kende!) om te bekijken waar de jongens zoal woonden en leefden, of dat ik bij het iconische laatste optreden van de band bij de Ivo Niehe show ben geweest en zelfs post van Gary heb gekregen.

Dat ik samen met andere fans heb rondgerend in straten en over bruggen van het voor mij totaal onbekende Amsterdam om een glimp van ze op te vangen en dat ik in 1994 hun concert in Ahoy heb bijgewoond, maar me daar weinig van kan herinneren omdat ik er simpelweg niets van heb kunnen zien. Altijd handig, slechtziend zijn…

Back to basic

Het was zonder meer een heerlijke periode waar ik met veel liefde en een grote glimlach op terugkijk. Toch was er ook een keerzijde. Ik merkte dat ik regelmatig ‘geplaagd’ werd met het feit dat ik dus ook zo’n hysterische bakvis was die fan was van deze popgroep en het was duidelijk dat niet iedereen het dus positief of leuk vond.

Fan zijn van bands als U2 of he Rolling Stones was cool, daar kon je mee aankomen, fan zijn van Take That was wat twijfelachtig. Ondanks dat ik nooit het prototype hysterische fan ben geweest en dat gegil en gekrijs zelfs nooit heb begrepen, werd je toch al snel voor bakvis versleten als je vertelde van wie je fan was. Dat deed toch wel wat pijn.

Take That fan meeting. Ik ben degene in het zwart links onderin

Een jaar nadat de band uit elkaar was, kreeg ik een relatie met iemand die er al snel een aardig wensenlijstje op na hield als het om mij ging. Zo moesten m’n piercings (in neus en navel) eigenlijk beter maar verdwijnen en was hij op z’n zachtst gezegd niet heel erg gecharmeerd van het feit dat ik nog fan was van een band die niet eens meer bestond. Gary met zijn zoetgevooisde stem, kon ook maar beter héél snel uit beeld verdwijnen.

Behalve dat ik al vroeg in de relatie ál mijn boekjes met gedachten en gedichten in de container heb gegooid uit angst dat hij ze zou lezen (een actie waar ik nog altijd vreselijk spijt van heb, want daarmee heb ik feitelijk een deel van mijn leven weggegooid), paste ik me ook op andere vlakken aan. Take That en Gary moesten ook uit m’n leven, want ik was nu volwassen en ging zelfs samenwonen. Dan is er geen plaats voor zulke dingen!

Back to black

In de jaren die volgden ging mijn leven redelijk in een neerwaartse spiraal. Relaties die op z’n zachtst gezegd niet heel gezond voor me waren, gebeurtenissen die me voor het leven tekenden en nadat ik op school altijd de pispaal was geweest die nergens anders goed voor was dan om gepest te worden, kreeg dat een vervolg en werd ik ook midden op straat uitgescholden en uitgejouwd voor alle mogelijke varianten van ‘lelijk’.

Het slot van het liedje was dat ik daar zwaar depressief, suïcidaal en zonder identiteit uit kwam. Er was sowieso geen plaats in mijn leven voor frivoliteiten zoals fan zijn van iets of iemand, ik moest alle zeilen bijzetten om mezelf overeind te houden. wist niet meer wie Ester echt was, of ik het recht had om te bestaan. Niemand zat op mij te wachten.

Ik deed ook van alles om van de onophoudelijke stroom aan bespottingen af te komen. Je zou kunnen zeggen dat ik soms zelfs een andere identiteit aan probeerde te nemen. Zo heb ik onder meer een heel alternatieve periode gehad waarin ik met mijn uitstraling en kleding mensen op afstand probeerde te houden. Zonder succes.

Ik bleef toch die lelijkerd, iemand die zichzelf beter kon opsluiten zodat ze een ander niet lastig zou vallen met haar looks, iemand waarvan je een hersenbeschadiging opliep door ernaar te kijken. I’ve heard them all. De meest succesvolle methode en één die ik nog altijd toepas in een periode dat ik nog meer onzeker ben over mijn uiterlijk dan normaal, is zo onopvallend mogelijk zijn, als een kameleon. Adapt to the environment.

Een foto van mij uit 2005

The Backup plan

Ergens in die periode werd ik opeens fan van Robbie Williams. Je weet wel, één van die gasten uit ‘die’ band. The cheeky chappy, de man die als enige van het stel een razend succesvolle solocarrière uit de grond had weten te stampen. Hij was erg populair in de tijd dat ik fan werd en zijn muziek was aanstekelijk en leuk. En oké, hij was zelf ook niet verkeerd opgedroogd, al had ik in mijn TT-periode nooit enige interesse in hem gehad.

En er was nog iets, ik vond in zekere zin een soort herkenning in hem. The tortured soul, zijn depressies, de rusteloosheid en dat ietwat stuurloze. Ik heb zijn boek Feel gelezen en kan me daarvan herinneren dat ik mezelf in veel dingen herkende. Ik ben een totaal ander persoon met een ander sterrenbeeld en karakter. Toch kun je verbinding voelen met iemand die toch heel anders is dan jij, door soortgelijke ervaringen.

Sowieso dat fan-zijn ook een ander doel. Simpelweg afleiding! Een soort back-up plan voor mijn leven. Even iets héél anders aan m’n hoofd dan de demonen die me nog altijd teisterden. Die in mijn hoofd én die op straat. Ik gaf toe aan de afleiding en liet mezelf er helemaal door meevoeren.

Als ik daar achteraf op terugkijk is dat wel met een heel ander gevoel als dat ik in de jaren 90 fan van Take That was. Dit was meer mezelf onderdompelen in iets, om maar even aan het echte leven te ontvluchten, om maar niets te hoeven voelen. Een beetje als een relatie met iemand aangaan ‘for the wrong reasons’.

Ik ben naar een uitzending van Paul de Leeuw geweest waar hij te gast was en naar een concert in de Amsterdam Arena, wat achteraf zonde van m’n geld was omdat ik véél te ver weg zat om iets te kunnen zien. Ook was ik fotograaf van een Nederlandse Robbie Williams look-a-like en reisde van hot naar her om diens optredens te fotograferen.

Robbie Williams look-a-like

Back it up

Toch is mijn RW-fan-periode er niet één waar ik met veel liefde en plezier op terugkijk, zoals dat bij die van TT wel het geval was. Schaamte is denk ik wel het kernwoord. Ik vond, zeker achteraf gezien, dat ik er te ver in ging. Het was geen obsessie, maar het was ook geen ‘normale’ manier van fan zijn vond ik. Ik vereenzelvigde mezelf ook teveel met hem omdat we toevallig wat overeenkomsten hadden qua emotionele bagage.

En omdat ik mezelf inmiddels de kunst van de kameleon had aangeleerd, het gewend was om mezelf te hullen in de ‘kleuren’ van mijn omgeving zodat ik met rust gelaten zou worden én nog altijd zoekende was op het gebied van mijn eigen identiteit, ging ik ook dingen van hem kopiëren. Bepaalde kledingstukken en zelfs m’n haarstijl!

Dat is nog het deel wat ik het meest schaamtevol vind en iets wat ik nooit met iemand heb besproken. Dat ik dat dus zomaar plompverloren op mijn blog gooi, vind ik héél wat, maar soms moet je afrekenen met spoken uit het verleden door erover te praten. En aan de andere kant, als dat nou álles is. Er zijn mensen die heel wat gekkere dingen doen of hebben gedaan. Ik ben wat dat betreft altijd een heel brave burger geweest.

Toch heeft die periode dat ik fan was van hem, al met al niet zo heel lang geduurd. Een jaar of twee denk ik. Ik merkte dat ik begon te veranderen, er gingen dingen verschuiven en sowieso vond ik de nieuwere muziek die hij uitbracht gewoon écht niet te pruimen en dat is nog altijd belangrijk, zo niet het belangrijkste deel als je fan bent van een artiest.

Back to life

Vanaf 2010 kwamen dingen in een rustiger vaarwater en begon ik Ester te ontwikkelen zoals je die de dag van vandaag kent. De enige echte Ester. Ik was inmiddels alweer een aantal jaar RW-fan af en woonde sinds 2004 alleen, dus had ook niemand meer om me heen die me kon vertellen dat bepaalde dingen niet wenselijk waren.

In 2006 kreeg Take That een herstart. Toch moet ik bekennen dat ik tot pakweg een jaar terug niets heb bijgehouden van de band. Ik kan me zelfs de hereniging van de mannen niet herinneren, omdat ik simpelweg andere prioriteiten in het leven had dan het internet afstruinen op zoek naar nieuws over die popgroep waar ik ooit fan van was. Ik had ook allang geen contact meer met andere fans en wist niet beter als dat ze uit elkaar waren.

Ook was er een bepaalde terughoudendheid. Social media was in die tijd al aardig in opkomst en dat betekende dat mensen ook dingen van jou konden zien. Een account volgen, ergens op reageren. Ik was nog zó ingekapseld in dat gevoel van zo onopvallend mogelijk zijn en vooral niets zeggen of doen waar mensen me belachelijk om zouden kunnen maken, dat ik het fan-zijn daardoor onbewust ook op afstand hield.

Samen met Bas in Leerdam

Back for good

Toch vlamde opeens dat oude gevoel weer op, toen ik ergens in het vroege voorjaar van 2019 een aankondiging zag voor Take That Live in Cinema. Er zou iets bijzonders plaats vinden, namelijk het streamen van een live concert naar honderden bioscopen in heel Europa. En het moment dat ik dat las, wist ik dat ik daar naartoe wilde, nee moest!

Dat was het moment dat ik, zoals ik het soms gekscherend noem ‘uit de kast kwam’. Ik realiseerde me dat als ik daar naartoe zou gaan, dat zou betekenen dat ik een kaartje moest kopen, dat ik mensen zou gaan zien daar. Mensen die op dat moment zouden weten dat ik een fan was, ben. Want naar zoiets ga je echt niet toe als je geen enkele interesse in die groep hebt. Dat was voor mij echt een turning point.

Vanaf dat moment werd het makkelijker. Ik durfde af en toe de namen Take That of Gary Barlow te laten vallen op Twitter, ging wat fan-accounts volgen en omdat er niks geks gebeurde, voelde ik me daardoor gesterkt in het geloof dat ik prima fan kon zijn zonder gelijk belachelijk gemaakt te worden. De live stream in de bioscoop was overigens heel erg leuk en ook daar gebeurde niets geks.

Inmiddels zijn we ongeveer anderhalf jaar verder, heb ik contact met diverse fans, word op Twitter gevolgd door Gary en heb zelfs een tweet én DM van hem gekregen. Ik loop rond met een mondkapje met Take That logo erop en heb er ook één met GB initialen.

Ik ben zelfs in het bezit van twee Take That t-shirts die ik ook daadwerkelijk draag en heb een portrettekening van Gary gemaakt die toch héél veel mensen hebben gezien. En weet je wat? Ik vind het geweldig. Het is weer een beetje net als vroeger, maar dan de ‘grown up version’.

Ik ben Ester Dammers, 45 jaar oud en fan van Take That & Gary Barlow. And proud of it!