Als je mijn blog al wat langer volgt, zal je inmiddels wel weten dat ik al heel wat jaren te kampen heb met een angststoornis. Een angst die volledig draait om dodelijke ziektes en met name één. Over wat die angst met me doet en ‘hoe het werkt’ heb ik wel vaker geschreven, maar eigenlijk nooit over de ‘side effects’ van leven met zo’n angststoornis.

De invloed die het heeft op mijn dagelijks leven, wat ‘t doet met mijn sociale contacten, zelfbeeld et cetera. Daar wil ik vandaag over schrijven. Overigens niet op een ‘kijk mij zielig zijn’ manier of omdat ik aandacht tekort kom, maar om je een eerlijk kijkje achter de schermen te gunnen bij een persoon met een angststoornis. Die persoon ben ik.

Onbegrip en loze beloftes

Ondanks dat ieder levend wezen de emotie angst kent en ik me niet voor kan stellen dat er mensen zijn die totaal niet bang zijn om een levensbedreigende ziekte te krijgen, stuit ik in het dagelijks leven toch veel op onbegrip en desinteresse. Mensen roepen weleens wat om je te steunen, maar in de praktijk komt het er helaas toch wel vaak op neer dat het gewoon een kreet was om op dat moment even iets aardigs te zeggen.

Die kennen we uiteraard in veelvoud. Wat te denken van “We spreken snel af”, “Ik bel je!”, vragen hoe het met iemand gaat (en dan ‘goed’ als antwoord verwachten) en natuurlijk het volledig ingeburgerde “tot ziens”. Iets wat ik soms zelfs callcentermedewerkers hoor zeggen, terwijl ik a. die persoon nooit gezien heb en b. waarschijnlijk ook nooit ga zien!

Ook als het gaat om mensen geruststellen en ‘er voor iemand zijn’, komt het helaas meer dan eens voor dat er beloftes worden gedaan die nooit nagekomen worden. Een aardig woord of blijk van steun is vaak snel gezegd, maar vaak toch wat lastig om na te komen. En hier komt ook gelijk het tricky deel om de hoek kijken!

Je kunt iemand nu eenmaal niet verplichten interesse in je te hebben of om medeleven te tonen. Oók niet als diegene dat zelf heeft beloofd. Om even voor mezelf te spreken, wil ik graag dankbaar zijn als iemand ‘hulp’ biedt en een gegeven paard ook niet in de bek kijken. Maar wat heb ik eraan als het bij een belofte blijft? Of als iemand niet écht naar me luistert? Mag ik dan eerlijk zijn, of moet ik het er maar mee doen?

Ik heb toch ook recht om gewoon ‘ns iemand te hebben met wie ik een serieus gesprek kan voeren, iemand waarbij ik m’n hart kan luchten en die ook daadwerkelijk een reactie geeft in plaats van over een ander onderwerp te beginnen. Moet ik maar tevreden zijn met wat loze beloftes en mensen die alleen lezen of luisteren, maar nooit inhoudelijk reageren? Dubbel is dat. En lastig. Want ik wil ook niemand voor het hoofd stoten!

Cirkeltjes

Soms loop ik gevoelsmatig vast in mijn hoofd tijdens zo’n periode. Niet eens vanwege de angst zelf want die is er nu eenmaal en die moet ik proberen te accepteren en er op de best mogelijke manier mee omgaan. Die vastlopers ontstaan eigenlijk meer omdat ik niet goed weet hoe ik me naar de buitenwereld moet opstellen wat mijn angst betreft.

Zoals ik hierboven al schreef, is er veel ‘dubbel’ in de context van mijn angst. Ik vind het moeilijk om me echt open te stellen en mijn emoties te laten zien (dat is in mijn geval wel iets anders dan openhartig ergens over vertellen want daar komt geen gevoel bij kijken).

Ik heb mezelf getraind om me zo min mogelijk te uiten, omdat die keren dat ik dat wél deed, ik teleurgesteld en gekwetst werd en dat patroon zich bleef herhalen. Anderzijds is er soms wel de sterke behoefte om even met iemand te praten als het écht niet goed met me gaat. Om mijn hart te luchten. Maar dat kan dus vaker niet dan wel.

Praat ik er toch over met iemand? Dan voel ik me steevast schuldig achteraf en ik vraag me continue af waar de grens ligt, hoe vaak ik er nog over kan beginnen, hoe lang ik er over kan praten voordat iemand mij en mijn ‘gezeur’ echt zat is.

Want dat dat gebeurt, heb ik vaak ervaren. Ik ben zelfs vriendschappen verloren aan mijn angststoornis. En dan ben ik niet eens iemand die het alléén maar daarover kan of wil hebben. Gelukkig heb ik sowieso niet elke dag last van de angst en gaat het soms maanden achtereen goed. Ik probeer juist altijd te doseren en af te wisselen. Niemand vindt het leuk om altijd alleen maar hetzelfde onderwerp aan te horen, ik ook niet.

Afwegen, doseren. Praat ik nu niet al veel te lang over mezelf? Kom ik erg negatief over? Moet ik nu over en ander onderwerp beginnen? Lijk ik een drama queen zo? Vindt hij/zij me niet gewoon zo’n aandachtsziek persoon? Ik ben niet iemand die zielig gevonden wil worden en hou helemáál niet van veel aandacht, maar ik denk dat iedereen momenten kent waarop je even een steuntje in de rug nodig hebt. Dat is andere ‘aandacht’.

Het is dodelijk vermoeiend, maar ik kan niet anders meer. Het gevoel bij ‘mezelf uiten’ is inmiddels teveel gekleurd door de vervelende en zelfs ronduit nare ervaringen die ik heb gehad. Daardoor ben ik dingen voor een ander in gaan vullen, houd ik m’n paraplu alvast op voor de regenbui die misschien wel gaat komen. Oók niet goed, ik weet het…

Wat ik dan nog eerder doe is een paar tweets de wereld in slingeren als ik echt even wat stoom af moet blazen. Dat platform is heel vluchtig en ik heb vaak het idee dat de kans dat mensen zulke tweets echt gaan lezen vrij klein is en dat vind ik wel zo prettig. Op die manier val ik voor mijn gevoel niet echt iemand lastig, maar kan ik het tóch even kwijt.

Waarom ik het dan toch op social media plaats en niet in een dagboek of iets dergelijks, is vooral een kwestie van gemak. Ik heb geen zin in een extra app of een boekje en pen ergens vandaan te moeten grabbelen. Twitter staat altijd open op mijn computer en is de snelste en gemakkelijkste manier om even iets van me af te schrijven. Met aandacht willen heeft het eigenlijk weinig tot niets te maken.

Datzelfde doe ik soms ook als ik een dipje heb die met mijn slechte zelfbeeld te maken heeft. Mensen vinden het soms best confronterend dat ik zo keihard ben over mezelf, maar ik zie wel gekkere dingen op social media. Je kunt beter hard zijn over jezelf dan over een ander. Ik heb er zelf geen moeite mee en wil gewoon mezelf kunnen zijn.

Nooit positief

Leven met een angststoornis betekent praten als een politicus tegen jezelf. Redeneren, relativeren en soms zelfs bagatelliseren. “Het is niet zo erg als je denkt, er is vast een volkomen onschuldige reden voor die pijn, dat bultje.” Ik heb er soms bijna een dagtaak aan om het monster genaamd Negativiteit uit m’n hoofd te houden en slaag daar vaak nog redelijk in ook. Tot op zekere hoogte dan. Ik red me wel, op mijn manier.

Toch ziet de buitenwereld kennelijk iets heel anders en is er helemaal niets positiefs te bespeuren in de context van mijn angststoornis. Snap ik ook wel. Angst is niet leuk en dus niet goed. Véél angst is helemaal kut. Moet je gewoon mee kappen. Je tobt teveel, je denkt te negatief. Je zoekt overal wat achter en je maakt je altijd véél te druk. Wat de reactie ook is, positief is het nooit.

Mijn huisarts is de enige die me zo nu en dan een complimentje geeft in de context van m’n angst. “Je doet het echt goed!”, “Je hebt je hier toch weer uit gered op eigen kracht!” De grap is dat mijn huisarts net zo’n nuchter is als ik, helemaal niet het type wat om de haverklap met complimentjes strooit.

Het eerste compliment kan ik me nog goed herinneren. Ik was stomverbaasd en zelfs ontroerd, iets wat in mijn geval net zo zeldzaam is als dat Pinksteren en Pasen op één dag vallen. Wát zei je? Doe ik het góed? Dat kán niet! Die angst vertegenwoordigt zo’n beetje alles wat er mis is aan mij. Flabbergasted was ik Zonder meer.

Toch kan ik die complimenten aannemen, graag zelfs. Ik hijs me eraan op, hou me eraan vast en bekijk de manier waarop ik met mijn angst omga, nu soms door de ogen van mijn huisarts. En zie dat ze wél gelijk heeft. Want ik bén heel sterk, knok me overal toch maar even mooi doorheen, doe alles op eigen houtje en slaag daar nog in ook.

En ondanks dat me zelfs door een psychiater is verteld dat mijn angst té diepgeworteld is om ooit nog weg te gaan, heb ik toch vooruitgang geboekt in de laatste jaren. Raak ik minder snel echt in paniek, heb ik meer controle over mijn angst. Ik doe het goed, maar waarom ziet verder niemand dat? Dat vind ik moeilijk, het maakt me verdrietig.

Het is denk ik één van de vele voorbeelden waarbij de ander slechts de buitenkant ziet, de dalen, momenten waarop het écht shit gaat en je dus even ‘negatief doet’, maar niet de innerlijke strijd die je levert, de kracht en de vooruitgang. Daarom is de tattoo die ik vorig jaar liet zetten ook zo belangrijk. Progress. Vooruitgang. Om me te herinneren aan wat ik al bereikt heb en ook met het oog op de toekomst.

Tattoo en armbandjes

Schaamte & Schuldgevoel

Twee emoties die onmiskenbaar hand in hand gaan met het fenomeen angststoornis zijn schaamte en schuldgevoel. Soms vind ik mijn angstgedachten zó vergezocht of kan ik zo verstrikt raken in een moment van angst, dat ik mezelf gestoord vind en ook volledig snap waarom mensen me niet begrijpen of geen zin hebben in mijn ‘gedoe’.

Schaamte dus. Waarom schuldgevoel? Dat sluit eigenlijk aan op wat ik een stukje naar boven al schreef. Ik heb vaak het gevoel dat ik mensen lastig val met ‘dat gezeur’ over m’n angst en helaas is dat gevoel niet slechts gebaseerd op aannames, maar heb ik dat ook vaak genoeg meegemaakt. Daar word je gewoon voorzichtig van. Logisch lijkt me.

Schuldgevoel ook omdat ik vaak ‘t idee heb dat ik beter m’n best moet doen, dat angst uiteindelijk ‘maar’ een gevoel is en dat er veel ergere dingen in de wereld zijn dus dat ik gewoon niet zo moet zeuren. Dat die ‘maar’ angst behoorlijk ontwrichtend kan zijn voor zowel het dagelijks leven en dingen als sociale contacten en hoe de buitenwereld je ziet, weet ik desondanks maar al te goed. Weer dat dubbele gevoel.

Eenzaamheid

Eén van de aspecten die (soms) ook bij mijn angststoornis om de hoek komt kijken, is waarschijnlijk ook degene waar ik me het meest voor schaam en voila, nog een extra reden dus om dat schaamtegevoel waar ik het bij het kopje hierboven al had, nog eens extra te ervaren. Alsof de rest al niet genoeg was. :-D

Even voor de goede orde. Ik wil dit zelf ook niet. Ik wil gewoon een rustig leven met mijn huisdieren, meer vraag ik niet. Ik vind heftige emoties al lastig om mee om te gaan, laat staan zo’n alles verterende angst. Geef mijn portie maar liever aan Fikkie…

Back on topic. Eenzaamheid dus, heb zelfs moeite om dat woord uit mijn strot te krijgen, al is het dan nog in geschreven vorm. Eenzaamheid, is dat nou niet alleen iets wat hoort bij ouderen of van die mensen die door alles en iedereen zijn uitgekotst? is het niet heel sneu en ‘not done’ om je eenzaam te voelen?

Toch is dat een gevoel wat op mijn donkerste momenten soms bovendrijft. Ik heb zelfs tijdens zo’n moment weleens zo’n betaalde hulplijn gebeld om tenminste met iemand te kunnen praten en de laatste tijd heb ik een paar keer overwogen om weer een therapeut in de arm te nemen, maar eigenlijk enkel en alleen om gewoon eens te kunnen praten.

Dat blijft bij een overweging, want ik ga er niet echt aan beginnen. Teveel gedoe en ik weet na jarenlange therapiesessies bij verschillende therapeuten dat ik het dáárvoor niet meer hoef te doen. Dat ik dan alsnog niet kan praten neem ik maar voor lief. Ik vind het idee dat je een hulplijn zou bellen of naar een therapeut gaat om te kunnen praten te beschamend voor woorden. Dat benadrukt dingen op een verkeerde manier. Een beetje als een man die naar de wallen gaat omdat hij thuis niks krijgt. Zo’n gevoel heb ik erbij.

Ik ben door de jaren heen behoorlijk geïsoleerd geraakt. Niet dat ik nou in een hutje op de hei leef, maar meer op emotioneel level. Weinig of geen mensen om me heen hebben en teveel ellende meegemaakt, hebben daar wel grotendeels voor gezorgd. Maar zelfs al zou ik het willen, vrienden krijg je niet zomaar. Ook niet als je er erg je best voor doet.

Ik ben sowieso graag alleen, mis ook eigenlijk nooit iemand om me heen en zelfs in dit coronajaar is er voor mij op sociaal gebied weinig tot niets veranderd. Ik had inmiddels eigenlijk al niemand meer die ik regelmatig zag of bij wie ik m’n hart kon luchten.

Ik wil het zelf dus ook graag, dat alleen zijn. Al is het ook deels een kwestie van pech hebben. Ik grap weleens dat ik nooit vooraan in de rij heb gestaan bij het uitdelen van vrienden en dat is nog steeds het geval. Ik maak niet gemakkelijk contact en andersom lijken mensen niet echt te trappelen om bevriend met mij te raken. Wat ik ook goed kan begrijpen want ik ben best gecompliceerd en heb inmiddels veel moeite met mensen vertrouwen. Dat werkt niet echt lekker als je gewoon een simpele vriendschap wilt.

Maar op zo’n moment dat dan toch dat gevoel genaamd eenzaamheid zijn lelijke kopje opsteekt, voel ik me daar dan óók weer schuldig over want jeetje zeg, je wilt dit toch zelf? Vind je jezelf nou niet een béétje hypocriet om nu dan opeens wél iemand te willen om tegenaan te janken? Doe effe normaal mens! En ja ik ben echt zo hard voor mezelf…

Niet te stoppen

Ik ben iemand die al vanaf jonge leeftijd haar eigen gedrag en gevoelens analyseert en je zou wel kunnen stellen dat ik inmiddels een aardig gefinetunede blauwdruk van mijn eigen hoofd heb. Een soort mindmap, letterlijk! Ook mijn angststoornis kan ik haarfijn ontleden. Ik weet precies wat triggers zijn, wáár wat mis gaat et cetera.

Je zou het kunnen zien als een machine die ik volledig kan doorgronden. Ik ken elk tandwieltje, weet van elk schroefje waar het voor is en waar het aan verbonden is, ik weet hoe de machine werkt, ik ken elk geluidje, elk hapertje. Het enige wat ik niet kan, wat ik nog stééds niet kan, is die ‘machine’ stoppen. Frustrerend? Behoorlijk!

En – hoe raad je het zo – ook dat is weer lastig te communiceren naar de buitenwereld want hoe kán het dat je precies weet hoe het allemaal werkt maar je het toch niet kan laten ophouden? Da’s toch net zoiets als je autorijbewijs hebben maar alsnog niet in een auto kunnen rijden? Dat is toch ráár?

Dat is dus niet uit te leggen, zeker omdat ik zelf ook niet overal een antwoord op heb. Waarom ik het fenomeen angst wel kan ‘lezen’ maar niet kan ‘schrijven’ om het even in computer-termen uit te drukken. Ik weet het niet. Helaas is niet alles op te lossen, daarom heb ik echt moeten leren om me bij veel aspecten van mijn angststoornis neer te leggen en en er tot zekere hoogte in mee te gaan, mee te deinen op de golven, ongeacht hoe hoog ze worden. Dat doet me denken aan onderstaande quote.

Tot slot

Ik vond het best moeilijk om dit te schrijven. Deels omdat ik al best een tijdje niet echt meer héél openhartige dingen op mijn blog schrijf, omdat ik het gevoel heb dat er altijd wel iemand op de loer ligt die iets vervelends van me vindt en commentaar gaat leveren.

Daarnaast omdat ik toch best open ben geweest over zaken waar ik normaal mijn mond over dicht houd. Het onbegrip of zelfs desinteresse van mensen en hoe onzeker me dat maakt, de boosheid die ik soms ervaar als mensen mijn angst op een heel andere manier interpreteren en dingen achter me zoeken die ik niet ben.

Zoals ik al schreef, wil ik niemand voor het hoofd stoten. Ik vind ‘t idee dat er misschien mensen zijn die dit lezen en zich aangesproken voelen niet prettig, omdat ik nog altijd geneigd ben om dingen maar snel glad te strijken. Maar ik wil ook eerlijk zijn. Overigens heb ik het woord ‘iedereen’ nergens genoemd, dat zegt ook wel wat lijkt me.

Ik ben wel iemand die graag open communiceert, maar vanuit mijn verleden ben ik juist gewend om te gehoorzamen en mijn mond te houden als iets me niet bevalt. Zo veel struggles en tegenstrijdigheden, best vermoeiend wel… :-)

Toch wilde ik dit doen, zeker omdat er sinds een paar jaar (ik ben bijna 46, moet je nagaan) ergens het besef is geland dat ik óók rechten heb, dat ik niet altijd maar genoegen hoef te nemen met een tweede plaats, een afdankertje, een half aardig woord of vriendschappen die overal om draaien, behalve oprechtheid.

Dat ik meer ben dan iemand die alleen leuk is ‘for the time being’, dat ik niet alleen goed genoeg ben als ik dingen voor een ander doe of iedereen te vriend houd. Dat ook ik mijn mening best mag verkondigen, dat ik eerlijk mag zijn over dingen die misschien minder leuk zijn om te horen en dat ik net zoveel plichten, maar óók net zoveel rechten heb als ieder ander. Ongeacht wat andere mensen ook van me vinden.

Dat gevoel sterkt me ook enorm in de context van mijn angststoornis. Ook al heb ik geen vrienden, vinden mensen me opeens ‘een negatieve zeiker’ als ik een keer iets over mijn angst tweet als het erg rot gaat, dat besef staat nog altijd als een rots overeind en er is tot op heden nog geen kiezel afgebrokkeld. Dat mensen, is mental power!

Wat is jouw grootste struggle op mentaal gebied en durf je daar openhartig over te zijn?