Op 3 juli schreef ik op mijn blog over de eerste week zonder m’n geliefde hondje Bas, vandaag een soortgelijk artikel, maar dan over de allereerste maand zonder hem. Een maand zonder zijn gescharrel in huis, zonder zijn natte neusje in mijn hals, zijn trouwe hondenogen die me – ondanks zijn beperkte zicht – nog altijd zo liefdevol aan konden kijken. Een maand zonder mijn álles, mijn leven, mijn beste vriend, mijn ‘thuis’.

En om maar meteen met de deur in huis te vallen. Het valt tegen, het is loodzwaar, en niet alleen het verdriet en de leegte op zich. Ik weet niet meer wat ik met mezelf aan moet, voel me nog altijd verloren, een stuurloos schip. Ik doe écht hard mijn best om die duizenden stukjes waarin mijn hart is gebroken weer enigszins bij elkaar te rapen, maar ze vallen steeds weer uit mijn handen. Zinloos.

Sinds iets meer dan een week is het over het algemeen wat vaker iets rustiger in mijn hoofd, maar dat heeft meer te maken met het feit dat ik sinds die tijd mijn gevoel aan de lopende band wegdruk, dan dat het daadwerkelijk ‘beter’ gaat. Maar dat mag je niet zeggen want dan ‘denk je te negatief’ of – de dooddoener die ik ook al heb gehoord – ‘je wilt er gewoon in blijven hangen, voor de aandacht’. En bedankt…

Quote rouw

Als ik zeg dat het niet gáát, dan gáát het ook niet en dat ik een ‘sterke vrouw’ ben, wil niet zeggen dat ik dat dus áltijd ben. Dat heeft niets te maken met aandacht willen of zielig doen. Ik ben ook maar een mens, en sinds Bas er niet meer is, is daar nog maar bar weinig van over. Ik probeer mezelf te redden, overeind te blijven, maar vraag me eerlijk gezegd nog altijd af waarom of waarvoor.

Zoals ik al eerder schreef, speelt – naast de intense rouw zelf – het feit dat mijn leven met name de afgelopen twee jaar letterlijk van minuut tot minuut om Bas draaide, ook een grote rol. Voordat hij meer zorg nodig kreeg, had ik ook een eigen leven, ging ook zonder hem van huis, spendeerde soms wel een hele middag met ‘n boek op de bank, ging uren fietsen, een middag ergens winkelen of een hapje eten buitenshuis.

Ik had die laatste twee jaar voor geen goud willen missen, want onze band: de twee-eenheid die we altijd gevormd hebben, werd daardoor nog intenser. Ik had soms het gevoel dat ik elke dag meer van hem ging houden en misschien was dat wel echt zo. Dat maakt de pijn nu des te groter, maar ik ben ook héél dankbaar dat hij die tijd nog bij me is geweest, dat we nog zó veel samen hebben kunnen doen.

Bas tussen de krokussen

Ondanks dat het vandaag precies een maand geleden is dat hij is ingeslapen, zit ik nog volop in ‘overlevingsmodus’. Ik slik sowieso ook nog steeds alprazolam al ben ik die aan het afbouwen. Zij het met de nodige twijfel, want ik merk nu al dat ik aan de veel lagere dosering die ik nu gebruik, vaak gewoon niet voldoende heb en daardoor continu naar dat ‘zwarte gat’ (zoals ik het ben gaan noemen) word getrokken.

Ik slaap als het even kan tot minimaal 11 uur ‘s morgens, word paniekerig als ik te vroeg wakker word, omdat het zelfs als ik laat uit bed kom al lastig is om m’n dagen te vullen, omdat er maar héél weinig effectief is als afleiding en het gros van de dingen waar ik me normaal mee bezig hield buiten Bas om, valt daardoor gewoon af.

Ik stel naar bed gaan het liefst uit, totdat ik echt omval van de slaap omdat ik de tijd in bed zo min mogelijk bewust mee wil maken. Waar ik de eerste weken nog blij was dat slapen wél goed ging, lijkt dat inmiddels over en ben ik vaak de halve nacht wakker of kan ik niet in slaap komen omdat ik urenlang overstuur ben. Ik denk er inmiddels zelfs over om voorlopig mijn intrek op de bank te nemen ‘s nachts…

Scheiwijkse molen, Hoornaar

Overdag ben ik haast obsessief op zoek naar afleiding. Fietsen is één van de weinige dingen die doorgaans wel werkt, al moet ik wel minimaal 20 à 30 km rijden, omdat het juist averechts werkt als ik binnen het gebied blijf waar ik met Bas veel kwam, omdat dat nog véél te beladen is allemaal. En dat gebied is nog behoorlijk groot…

De eerste drie weken heb ik als een malle gefietst, gemiddeld 100 km per week, ook bij extreme hitte. Maar ondanks dat ik me best wel heb verbaasd over m’n conditie na anderhalf jaar niet of nauwelijks fietsen (dat ik veel liep, is toch anders), merk ik nu wel dat ik een beetje op begin te branden. Ik ben steeds vaker moe, soms word ik tijdens een fietstochtje of gewoon thuis overvallen door hevige vermoeidheid. Daarnaast ben ik vaak duizelig en heb veel last van zware hoofdpijn.

De dood van Bas en alles eromheen, plus de laatste twee jaar met hem waarbij ik niet alleen mijn eigen activiteiten, maar ook mijn nachtrust én gezondheid vaak voor hem opofferde, hebben daar ongetwijfeld ook mee te maken. Ik ben het gewend geraakt mezelf te dwingen door te gaan, mijn grenzen steeds verder op te rekken. Zolang je kunt lopen en je armen en benen bewegen kun je nog genoeg. Hup, dóór, knallen!

Quote over afscheid nemen

En hoe nu verder? Ik weet het niet, oprecht niet. Ik leef nog altijd bij het uur, ik kan niet eens naar de volgende dag kijken want daar word ik heel angstig van. Ik heb een paar gesprekken met een praktijkondersteuner gehad, maar dat maakte dingen alleen nog maar erger, onder meer door kwetsende opmerkingen. Ik heb al vaak genoeg gemerkt dat het heel lastig is om mensen te vinden waar ik echt mee op één lijn zit.

Zoals ik al schreef, is mijn huidige tactiek om mijn gevoel en dus ook de herinneringen aan Bas zoveel mogelijk weg te drukken. “Maar die herinneringen zijn toch juist fijn?” zeggen mensen dan. Tuurlijk, maar nu even niet oké? Het zijn nu scherpe messen in plaats van een warm bad. Mijnenveld is een nog meer accurate omschrijving.

Ik dwing mezelf zo nu en dan om naar foto’s te kijken, aan bepaalde herinneringen te denken of op plekken te komen die enorm beladen zijn ‘want je moet er toch een keer doorheen’. Maar dat maakt het verdriet en de pijn niet minder scherp, nog niet 1%. Toch blijf ik dat doen, omdat ik nu eenmaal streng voor mezelf ben.

En nee, huilen lucht ook niet op. Kon ik maar ‘gewoon’ een potje janken, maar ik raak direct enorm overstuur en krijg er soms zelfs een soort paniekaanval van, waarna het soms wel een paar uur duurt om mezelf weer bij elkaar te rapen. Dat probeer ik wel te voorkomen dus, omdat het gewoon ‘too hard to handle’ is. Dingen wegdrukken zal vast niet heel psychologisch verantwoord zijn, maar het kan even niet anders.

Quote over het verloop van rouw

Ik heb overigens wel het idee dat het achteruit gaat sinds ik op 1 à 2 halve tabletjes per dag zit. Heb het overdag vaker erg taai en de nachten zijn een drama. De huisarts verwacht dat ik met 2 weken van de medicatie af ben. Maar volgens diezelfde dokter zou ik aan 5 dagen alprazolam wel genoeg hebben gehad nadat Bas net dood was en we zijn nu vier weken verder. Dus hoe betrouwbaar dat oordeel is…

Voorlopig zal het dus nog wel even neer blijven komen, op heel laat naar bed gaan, zo lang mogelijk slapen, mijn gevoel wegdrukken, continu zoeken naar afleiding (mezelf dwingen om te fietsen als ik te moe ben of geen zin heb, hoort daar ook bij) en bij het uur leven. Niet leven, maar overleven dus, dat is momenteel het hoogst haalbare.

Ik heb overigens onlangs een boek aangeschaft waar ik heel veel herkenning in vind, ondanks dat lezen lastig is en ik dat ook niet langer dan een kwartier volhoud. Aan de andere kant is het op die manier tenminste ook niet binnen drie dagen uit, wat ik altijd het vervelende vind als ik eens een écht fijn boek te pakken heb.

Boek ‘Dan neem je toch gewoon een nieuwe’ van Antoinette Scheulderman

Het is geschreven door een journaliste die na het overlijden van haar hond eenzelfde allesoverheersende, intense en ontwrichtende vorm van rouw heeft meegemaakt als waar ik nu in zit. Iemand die óók tegen onbegrip en vooroordelen, ongeduld en pijnlijk laconieke opmerkingen van andere mensen aan liep, maar haar boek desondanks wel op zo’n manier heeft geschreven, dat het niet zwaar op de hand is, maar op de juiste momenten doorspekt met humor. Letterlijk lezen met een lach en een traan.

Dat boek lezen geeft me af en toe even weer iets van lucht, net als die keren dat m’n moeder voorstelt om samen iets te ondernemen of wanneer ik heb afgesproken met Sander ergens wat te gaan drinken. Dat zijn voor mij een soort van adempauzes in de zoveelste eindeloos durende week, in de aaneenschakeling van loodzware dagen.

Verder zal het voorlopig nog wel even een kwestie zijn van mezelf zien te redden en intussen afwachten of, en zo ja, wanneer, dit minder scherp wordt. Dat ik een manier zal vinden om hiermee om te gaan, één waarbij er ook ruimte is voor een fijn leven en niet slechts voor ‘overleven’. Dat hoop ik oprecht.