Ken je dat gevoel, dat iets enerzijds voelt alsof het gisteren of zelfs maar een paar uur geleden is gebeurd, maar je intussen toch alweer dagen verder bent. Het is vandaag precies een week geleden dat ik mijn allerliefste maatje moest laten gaan. Hij was zó taai, zo lief, zó trouw, zó mooi, zó slim maar ook zó op. Mijn Bas…

En eigenlijk weet ik nu niet eens wat ik moet schrijven. Het was een week die niet in woorden te vatten viel, emoties zo sterk en allesoverheersend dat ze me compleet lam leggen, dat ik met de beste wil van de wereld niet volledig over kan brengen wat ik voel. De wanhoop die ik ervaar en hoe groot het gemis is, dit gat in mijn hart.

Knuffelen met m’n hondje

maandag

Nadat ik werkelijk dacht dat ik het ergste gehad had; het moment om Bas z’n laatste adem uit te zien blazen en hem niet veel later achter te laten, bleek ik me daar nogal in te hebben vergist. Eigenlijk leefde ik die dag volledig op de automatische piloot.

Praktisch bezig: wassen, opruimen, stofzuigen etc. Maar de maandag was weer een ‘gewone’ dag, terwijl juist niets meer gewoon voelt zonder m’n Bas. En niet alleen mijn maatje was weg, ook mijn dagbesteding, mijn levensdoel. In één klap uitgevaagd.

lees verder over maandag…

Ik heb mezelf ‘s morgens naar de markt gesleept voor aardbeien en naar de Spar voor ‘n pak melk, maar de rest van de dag heb ik verkeerd in een staat van allesverterende wanhoop. Eind van de middag heb ik de huisarts gebeld om te vragen om een sterker kalmeringsmiddel omdat oxazepam niets deed en ik het simpelweg écht niet trok.

Ik kreeg het paardenmiddel alprazolam voorgeschreven die ik voor ‘t eerst die avond rond 18:00 uur innam en merkte wonderbaarlijk iets van verschil, een héél klein beetje verlichting in de onophoudelijke stroom aan verdriet, leegte, wanhoop en het steeds sterker wordende verlangen om zelf ook niet meer verder te leven.

Dinsdagavond kwam Sander rond een uur of acht hierheen en is uiteindelijk tot 11 uur gebleven, dat was ontzettend fijne afleiding. Ondanks dat ik normaal juist iemand ben die zich het liefst terugtrekt als het niet goed met me gaat, heb ik nu contact met (mij vertrouwde en bekende mensen) echt nodig, alleen is dat erg lastig als je vrijwel geen sociale contacten hebt en de online en offline wereld houd ik strikt gescheiden.

Aandenken aan Bas

dinsdag

De opluchting was van korte duur. Ik mocht drie alprazolam op een dag, maar merkte direct al dat het overdag geen moer hielp. Na weer een ellendige start van de dag en veel huilen, was ik dan ook blij verrast dat mijn moeder om 1 uur voor de deur bleek te staan. Ze had het idee om samen even ergens een klein hapje te eten.

Om de zinnen te verzetten en ook in de hoop dat ik misschien op die manier mezelf ertoe kon zetten iets tot me te nemen. Eten lukte namelijk helemaal niet meer. Als ik het al probeerde, gooide ik het er weer uit of werd ik na drie happen kotsmisselijk.

lees verder over dinsdag…

We zijn bij Frittella geweest op de Langendijk in Gorinchem waar we allebei kozen voor American pancakes met banaan en chocoladesaus. In andere omstandigheden een waar feestje. Ze smaakten goed, toch werd ik al vrij snel weer misselijk. Voor het fatsoen heb ik het meeste opgegeten, maar daarna nog zeker 2 uur een weeïg gevoel in mijn buik gehad. Maar het idee was wel heel lief!

Omdat ik het lastig vond weer alleen gelaten te worden in dat stille huis, heb ik mijn fiets gepakt en heb ik met m’n moeder (die op de fiets hier was) de pont gepakt naar Woudrichem. Het idee was om daar een klein rondje te fietsen en weer terug met de pont, maar omdat ik dat op de heenweg al zó moeilijk vond omdat ik met Bas zo vaak op de pont zat, ben ik uiteindelijk via de Merwedebrug naar huis gefietst.

American pancakes

woensdag

Ondanks dat ik al lang door had dat die nieuwe medicatie overdag weinig effect had, durfde ik het niet aan om ze niet te nemen, uit angst dat ik dan helemaal mijn hoofd niet meer boven water zou kunnen houden. Toch ging het ‘s middags zo erg mis dat ik, nog geen twee uur nadat ik m’n tweede pil had geslikt, op dat moment besloot dat ‘t nu gewoon maar afgelopen moest zijn met mijn leven.

Ik had alle oxazepam en alprazolam die ik had bij elkaar gezocht en stond op het punt die in te nemen toen ik – waarschijnlijk door de alprazolam die voor slappe benen kan zorgen – ben gevallen en niet meer overeind kon komen. Wat er toen gebeurde is iets wat ik nog nooit heb meegemaakt: Een combi van een inzinking en paniekaanval.

lees verder over woensdag…

Ik maakte geluiden waarvan ‘t leek of ze niet uit mijn eigen mond kwamen, dacht dat ik gek werd en dood ging tegelijkertijd en bij dat laatste had ik alleen maar het gevoel: “Kom maar, laat me maar gaan…” Ik snap dat dit schokkend kan zijn om te lezen, maar ik draai nu eenmaal geen doekjes om dingen en dit is helaas nu mijn realiteit.

Ik had mijn moeder nog (half) aan de telefoon op het moment dat ‘t gebeurde en die heeft met spoed een dokter laten komen. Die ook nog bijna de politie had gebeld om de deur te forceren, omdat het me in eerste instantie niet lukte om op eigen kracht de voordeur te openen. Ik lag namelijk languit in de woonkamer op de grond.

Een mooi citaat

Inmiddels was ik fysiek zó uitgeput geraakt van de ‘aanval’ dat ik vanzelf rustiger was geworden. Mijn moeder was inmiddels ook hierheen gekomen. Ik vond de arts een vrij zakelijke man en voelde me voor het blok gezet omdat hij me dwong te kiezen om me op te laten nemen bij psychiatrie (alsof ik gek ben!) of een aantal dagen te logeren bij m’n moeder. Ik zei dat ik wel een middagje bij m’n moeder wilde en dan naar huis.

Dat middagje werd een uur of twee omdat het al wat later op de middag was. Ik heb daar gegeten (een muizenhapje want eten lukte nog altijd niet), we hebben zelfs nog gewandeld door het parkje en over de dijk en rond half acht was ik weer thuis. Hoe ik de rest van de avond ben doorgekomen weet ik eigenlijk niet meer.

donderdag

Het ergste moment van de dag is de ochtend. Naar bed gaan vind ik al lastig, ik stel ‘t ook uit tot ik écht omval van de slaap en lig daardoor nu vrijwel elke avond pas ver na één uur op bed. Die plek is het meest beladen, omdat Bas daar 18 jaar lang naast me sliep. ‘s Winters zijn warme lijfje heel dicht tegen me aan, sowieso nooit meer dan een paar centimeter bij me vandaan. Ik hield vaak ook z’n pootje vast in mijn slaap.

Elke ochtend als ik wakker word waan ik dat lijfje daar aan de linkerkant van het bed en ‘t is er gewoon niet. En dan weer die wanhoop. Wat móet ik nog met dit leven, met ál die tijd, ál die zinloze dagen. Terwijl de ironie is dat ik nu juist weer vrij ben om álles te doen wat ik de laatste twee jaar in toenemende mate niet meer heb gekund.

lees verder over donderdag…

Ik probeer ook zo lang mogelijk te slapen, het liefst tot een uur of twaalf. Omdat ik 2 jaar lang chronisch slaaptekort heb opgedaan, is dat slapen het enige wat wél goed lukt en meestal zelfs zonder enige onderbreking. Daar ben ik dan wel weer heel erg dankbaar voor, want slapen zorgt indirect ook voor herstel. Hoop ik tenminste.

Donderdag had ik mijn ‘vaste’ afspraak bij de huisarts, die erg schrok van hoe ik eraan toe was. En geloof me, die schrikt niet zo snel. We hebben een half uur gepraat en ze maakte voor de volgende dag ook meteen een afspraak in de ochtend.

Het praten was fijn, maar ook huisartsen hebben geen prikje of pilletje waarmee ze mijn wanhoop en verdriet en suïcidale gedachten kunnen wegnemen. De rest van de dag heb ik in een soort apathische toestand doorgebracht. Ik mocht nu wel dubbele alprazolam slikken, ondanks dat ik al een behoorlijk hoge dosering had.

vrijdag

Bericht ontvangen dat ik de as van Bas kon ophalen. Ik had voor individuele crematie gekozen (hij is geresomeerd, dat is een natuurlijke manier en daar komt geen vuur of ovens aan te pas wat ik veel waardiger vind én beter voor het milieu) en ik had me er mentaal op voorbereid die te gaan halen bij de dierenkliniek in Woudrichem.

Helaas kwam ik, al bijna in Woudrichem, er door m’n moeder achter dat de kliniek om 3 uur gesloten was en het was toen 15:20 uur. Ik heb direct gebeld of er nog iemand was, desnoods een schoonmaker want ik kwam tenslotte alleen iets ophalen, maar er was écht niemand meer. Ze gaan weer open op maandag, vanaf 10 uur ‘s morgens.

Ondanks dat het niet uitmaakt of ik die koker een paar dagen later ophaal, voelde ik me er wel ellendig over. Ik vond dit al zo moeilijk en nu moest het nog eens opnieuw. Omdat mijn moeder voor mij naar Woudrichem was gekomen omdat ik ‘t moeilijk vond dit alleen te doen, zijn we daar nog een poosje gebleven.

lees verder over vrijdag…

We hebben even gekeken bij het Woerkums Winkeltje waar ik een mooi zilverkleurig potje kocht waar ik het askokertje sowieso de eerste tijd in wil bewaren tot ik er een definitieve bestemming voor heb. Het is officieel een busje voor losse thee, maar dat zie je er niet aan af en er staat ook geen tekst op, maar het is prachtig bewerkt.

Daarna binnen gekeken bij Oude Liefde, waar we een heel bijzonder gesprek hadden met eigenaresse Coby. Hoe bizar is het toch, dat soms juist mensen die je nog nooit hebt gesproken, je haast beter lijken te kunnen begrijpen dan mensen die dichtbij je staan of die je sowieso al jaren kent. Ze gaf me een kaartje mee met een citaat uit het boek De jongen, de mol, de vos en het paard, wat ik daardoor zelf heel graag wilde hebben en even later bij toeval ook nog heb kunnen scoren bij de lokale boekhandel.

Boek, kaartje en theebusje

We dronken koffie met iets erbij bij Gewoon Ploon en ik ben daarna opnieuw met de fiets naar huis gegaan in plaats van met de pont, zelfs met een enorme omweg. Thuis en in de stad is alles zó beladen en dus stel ik dat moment zo lang mogelijk uit. Ik heb 2.5 uur gedaan over een ritje wat normaal misschien 3 kwartier zou duren.

Ondanks dat ik voor niets naar Woudrichem was gekomen, was het een bijzondere middag die ik niet snel zal vergeten. Helaas ging er ‘s avonds wel iets goed mis want de huisartsassistente had beloofd dat er extra alprazolam in de brievenbus gestopt zou worden door de apotheek, omdat ik vanwege de verhoogde dosering anders niet voldoende medicatie zou hebben voor het weekend.

Bij thuiskomst zat er alleen een ‘niet thuis’ briefje in de bus, maar géén pillen. Ik belde de huisartsenpost en heb hemel en aarde moeten bewegen om ze te kunnen krijgen, maar toen ik om half tien bij de dienstapotheek bij het ziekenhuis stond, bleek dat ik bijna het tienvoudige af moest rekenen voor vier pilletjes!!

Ik heb ze laten liggen, gezegd dat ik zo’n bedrag niet kon betalen omdat ik van een uitkering leef en het sowieso niet wilde, omdat ik niet voor torenhoge kosten opdraai door nalatigheid van een ander. Omdat deze medicatie het enige is wat mijn suïcidale gedachten wat dempt, zijn ze enorm belangrijk. Vervolgens kreeg ik op de stoep voor het ziekenhuis een paniekaanval met alles erop en eraan.

Uiteindelijk ben ik terug gegaan en heb ze alsnog gehaald en gezegd dat de factuur op de apotheek verhaald moest worden, omdat dáár een fout is gemaakt. Dat het al erg genoeg is dat er zó slordig wordt omgegaan met dit soort dingen bij mensen die toch al in mentaal zwaar weer verkeren. Was ook allemaal érg lastig, maar ik heb een kopie van de factuur geëist en ga er zelf ook nog achteraan.

zaterdag

Eigenlijk was zaterdag de meest rustige dag tot nu toe. Ik sliep tot over twaalven, heb daarna voor het eerst in een week brood gegeten of überhaupt iets van lunch en had met Sander afgesproken om te gaan fietsen. We vertrokken rond 14:30 uur en waren uiteindelijk rond 17:30 uur pas weer terug in Gorinchem.

Een stuk van 30 km via de dijk naar Heukelum, daarvandaan binnendoor naar Vuren en via de Waaldijk terug naar Gorinchem. Het was oprecht fijne afleiding en ik was blij dat hij het zelf ook een fijne middag vond, want ik ben door veel nare ervaringen toch altijd bang dat mensen alleen iets voor me doen uit plichtgevoel en niet omdat ze het zelf ook willen. Eenmaal thuis wel meteen een pilletje gepakt, omdat ik merkte dat de vorige inmiddels uitgewerkt was. Daardoor een relatief rustige avond gehad.

Fietsen langs de Linge

zondag

Ik werd voor het eerst iets minder paniekerig wakker dan alle eerdere dagen sinds mijn lieve Basje is overleden. Helaas was de rust van korte duur, want nog geen tien minuten raakte ik vreselijk overstuur door iets op Twitter.

Geen nare opmerking, maar iemand die mijn tweets maar half had gelezen en er al vanuit ging dat ik er weer aardig bovenop was. Dit is precies waar ik zo bang voor ben, dat mensen te snel verwachten dat ik mezelf weer op de rit heb en dat geeft enorm veel stress. En ook heel sterk het gevoel dat mensen vooral willen dat ik me beter voel omdat ze dan geen last meer van mijn zielige gezeik hebben. Dat heeft mijn ervaring me namelijk al heel vaak geleerd.

Ik doe écht mijn best en af en toe is het – vooral door de alprazolam – een poosje iets lichter is in m’n hoofd, maar dat is zo fragiel dat ik met de beste wil van de wereld nog niet kan zeggen dat het al beter gaat. Dat lukt nu gewoon nog niet, daar is dit veel te groot voor. En dat heeft niets te maken met wel of niet sterk genoeg zijn.

lees verder over zondag…

Enfin, gelukkig was er deze dag ook afleiding, in de vorm van mijn Westlandse maatje die ik door corona en aanverwanten al bijna drie jaar niet meer had gezien. Hij is hier een uurtje of drie geweest, we hebben veel gepraat en zijn ook nog een klein uurtje gaan wandelen bij een natuurgebied in Vuren wat dichtbij is, maar niet zo beladen.

Wandelen in Vuren

Eenmaal weer thuis rond etenstijd heb ik mijn tweede alprazolam van de dag gepakt (ik mag er nu zelfs vier, dus vind dat ik ‘t nog heel netjes doe, dit spul is namelijk echt heel heftig en volgens de huisarts ben je na een week gebruik verslaafd) en daardoor heb ik me in de avonduren gelukkig ook redelijk rustig gevoeld. Later op de avond ben ik zelfs nog een rondje van zo’n 16 kilometer gaan fietsen omdat ik merk dat dat me goed doet, in mijn hoofd ook.

tot slot

En dan is er zomaar al een week voorbij zonder Bas. Het voelt nog steeds onwerkelijk. Toen ik op de fiets zat kreeg ik drang om naar huis te gaan, naar hem. Dat had ik altijd als ik een poosje weg was. Of ik weet zeker dat ik een geluidje van ‘m hoor, hem voel op bed. Ik kan het me ook gewoon niet voorstellen dat ik nóóit meer foto’s van Basje zal maken, iets wat ik zeker de laatste paar jaar nog nét niet dagelijks deed.

Het ene moment is ‘t vooral het verdriet om Bas en de leegte die me zo overvalt, het andere moment de uitzichtloosheid die ik voel en dat ik geen idee heb hoe ik nu nog invulling moet geven aan mijn leven en dat ook niet meer wil. Terwijl er ook een tijd is geweest dat ik vaak genoeg dingen voor mezelf deed zónder hem.

Ik hoop echt dat het zachter wordt, minder pijnlijk, minder wanhoop. Bas is elke traan waard, hoeveel zeer het ook doet, want het is loodzwaar. Dat beestje is 18 jaar bij me geweest en zelfs voordat ik voor hem ging ‘mantelzorgen’, waren we altijd samen. Wel ben ik geschrokken van dat suïcidale. Dat had ik niet aan zien komen. De impact van zijn dood had ik weleens overdacht, maar alsnog enorm onderschat.

Deze tekst is overigens verschrikkelijk lang geworden, bijna 3000 woorden. Daarom heb ik op de zaterdag na, de overige dagen opgedeeld in uitklapbare stukjes, zodat het niet zo’n enorme lap tekst is. Maar ik wilde het gewoon kwijt: alles. Niet om zielig te doen of om aandacht te krijgen. Maar gewoon omdat het mijn kop uit moet.

Met Bas voor molen de Vrijheid