Misschien kun je je het artikel over die bloedhete dag in Wijk en Aalburg van net iets meer dan 2 weken geleden nog wel herinneren. Het bezoekje aan deze plaats op zo’n 25 km afstand van Gorinchem, was gepland vanwege m’n jaarlijkse tandartscontrole, maar werd uiteindelijk een heel bijzondere middag samen met Bas, waarbij ik ook een aantal plekken bezocht die een herinnering vormen aan mijn opa en oma.

Afgelopen vrijdag, precies 2 weken en 1 dag na die bewuste middag, had ik het in m’n hoofd gehaald om daar weer naartoe te gaan, dit keer op de fiets. Wel met het pontje naar Woudrichem, omdat het me in mijn huidige toestand én na anderhalf jaar niet of nauwelijks fietsen niet verstandig leek om direct een rit van ruim 50 km te verrijden.

Iets trok me daar gewoon heen, zei me dat ik het moest doen, terwijl ik me anderzijds ook serieus afvroeg of het niet een heel slecht plan was omdat juist dit bezoekje nog zó vers in mijn geheugen lag. Bas z’n laatste echte ‘uitje’, slechts drie dagen voor zijn dood. Samen de HEMA in, lopen in ‘t parkje met de fontein, naar het graf van opa en oma en later gemoedelijk samen wachten op de bus naar huis.

Maar als ik iets wil dan doe ik het ook, en dus zat ik rond 1 uur ‘s middags op de fiets, met een aan migraine grenzende hoofdpijn die ik had overgehouden aan die ene dag dat ik diazepam had geslikt, omdat dat volgens de huisarts ‘beter’ zou zijn. Na al een paar keer met de pont te zijn geweest sinds de dood van Bas vond ik dat in elk geval op de heenweg iets minder lastig.

Het scheelt ook wel hoe ik ben als ik mijn alprazolam heb geslikt, dan kan ik, zij het in een vrij wankel mentaal evenwicht, redelijk functioneren en ik denk dat anderen niet eens zoveel aan me merken. Iets waar ik in de loop de jaren sowieso een pro in ben geworden: m’n gevoel afschermen omdat dat veiliger is. Maar dat wil niet zeggen dat ‘t er niet is… Met als risico een vertekend beeld en te snel getrokken conclusies.

Woudrichem

In Woudrichem ben ik via een kleine omweg de dijk op gereden, de gemakkelijkste maar ook mooiste route naar Wijk en Aalburg. Onderweg maakte ik relatief weinig foto’s ondanks dat ik nu weer een fijne stuurhouder heb. Omdat ik merk dat ik wat meer moeite dan anders heb met het verdelen van mijn aandacht tussen kijken naar fotogenieke plekken en het verkeer. Dus kies ik veiligheidshalve voor optie twee.

In Andel heb ik een korte stop gemaakt en ruim een kwartier op een verlaten steiger gezeten, nadat ik kort daarvoor mensen met een hondje passeerde wat heel veel op Bas leek. In al die jaren zag ik eigenlijk nooit hondjes die écht op ‘m leken. En dan nu…

De Parson Russell zie je sowieso veel minder dan de ‘gewone’ Jack Russell, maar dit had echt een broertje of zusje kunnen zijn. Ik raakte daardoor zo van streek, dat ik ‘t beter vond even af te stappen en een stil plekje te zoeken om wat tot rust te komen.

Toen ik het gevoel had dat ‘t wel weer ging, m’n fiets weer van slot gehaald en de reis vervolgd. Dichtbij Veen zag ik al vanaf een afstandje dat molen de Hoop draaide en ik voelde iets in m’n lijf wat nog het best te omschrijven was als een vonkje.

Je weet dat ik erg van molens houd en met name een draaiende molen heeft vaak ook een wat rustgevend effect op me, dus ik vond ‘t fijn dat ik even kon gaan kijken. Want voor de meeste molens geldt: Als ie draait is ie open en mag je naar binnen.

Ondanks dat de molenwinkel van de Hoop in Veen qua assortiment en grootte niet te vergelijken is met de molenwinkel hier in Gorinchem waar ik vorig jaar nog een artikel over schreef, was ik gewoon heel blij om weer die typische molengeur op te kunnen snuiven, het ruwe stof op de trappen onder m’n handen te voelen en de stelling op.

Ik denk dat ik uiteindelijk zeker een half uur binnen ben geweest en ik had een erg fijn gesprek met molenaar Sven, die ik overigens al kende van enkele eerdere bezoekjes, berichtjes op social media en via mijn moeder die daar regelmatig meel en bakmixen komt halen om thuis de meest heerlijke taarten en cakes van te bakken.

Echt ‘kennen’ is een groot woord, maar soms kun je zo’n vertrouwd gevoel hebben bij iemand, dat je nog uren zou kunnen praten, alsof je elkaar al jaren kent. Hij bleek zelf ook een Parson Russell te hebben, al oogde die wel anders dan Bas.

Molen de Hoop is trouwens na de renovatie eind jaren 80 door mijn opa heropend, wat ook weer een bijzondere link vormt. Daarnaast ken ik die molen al praktisch mijn hele leven. Mijn vader is zo’n 100 meter verder opgegroeid, ikzelf één dorpje verder.

Toen ik de zware molendeur openduwde om weer verder te rijden naar Wijk, was het inmiddels al 3 uur geweest, maar ik besloot dat ik me niet druk ging maken over hoe ik thuis zou komen. Fietsen is momenteel één van de weinige dingen die af en toe ‘t gevoel geeft wat nog enigszins in de buurt komt van ontspanning, dus dat moet dan niet een soort van tijdrit gaan worden.

Het stukje vanaf Veen naar Wijk en Aalburg is overigens nog geen 3 km, dus daar sta je zo. Ik ben eerst de HEMA in gedoken. Niet omdat ik iets nodig had, maar omdat ik ‘t altijd een fijne plek vind om rond te snuffelen en het ook weer afleiding gaf. Echt op mijn gemak rondkijken in winkels kon overigens al heel lang niet meer, omdat Bas al snel ongeduldig werd en ‘t liefst wilde dat ik hem de hele tijd bleef rondrijden. :-)

Ik kocht een balpen met kleurverloop in pasteltintjes (ben ik tegenwoordig echt fan van) en een schattige sleutelhanger in de vorm van een soort pantertje, die ik aan één van mijn (vele) rugtassen wil hangen. Geen nuttige of nodige spullen, maar voor die paar euro die ‘t bij elkaar kostte, wil ik daar nu niet moeilijk over gaan lopen doen. Sowieso heb ik vakantiegeld en ik vind dat ik nu best wat lief voor mezelf mag zijn.

Voormalig gemeentehuis Wijk en Aalburg

Bijzonder was dat de caissière bij HEMA me bij ‘t afrekenen va mijn spulletjes vroeg of dat soms een hangertje met as was om mijn hals. Ze doelde daarmee op de hematiet hanger die ik inmiddels al sinds eind januari onafgebroken draag en waar nooit eerder iemand zo’n vraag over heeft gesteld, terwijl ik ‘m dus al een half jaar om heb!

Ik vertelde dat het een halfedelsteen was die ik al maanden droeg, maar dat ik ‘t erg bijzonder vond dat zij daar uitgerekend naar vroeg, omdat m’n hondje erg recent was overleden. Vervolgens ontstond – zomaar daar aan de kassa bij de HEMA – een heel bijzonder gesprek met een vrouw die ik nooit eerder had gezien. Ik denk dat ik zeker een kwartier met haar heb gepraat. Sommige dingen moeten gewoon zo zijn…

Daarna heb ik ook bij Kruidvat gekeken of ze daar misschien nog dat kettinkje met de letter B hadden waar ik al dagen urenlang voor aan ‘t rondbellen ben geweest (helaas niet) en heb een frikandelbroodje gehaald bij de Jumbo winkel ertegenover, omdat ik door het fietsen toch wel wat trek had gekregen.

Vervolgens fietste ik door de Anjelierstraat en Bergstraat richting Veldstraat. Dit keer heb ik niet bij het voormalige huis van opa en oma gekeken, maar wilde net als twee weken geleden samen met Bas, wel even op de begraafplaats bij het graf van opa en oma kijken. Ergens hoopte ik dat misschien dat lieve katje er weer zou zijn.

Ondanks dat ik al heel veel moeite heb moeten doen om mijn tranen terug te dringen toen ik de bushalte aan de Bergstraat passeerde waar ik die bewuste donderdag, ook nog eens rond dezelfde tijd, een hele poos met Bas heb zitten wachten, ging ‘t op de begraafplaats alsnog mis. Gelukkig is het op zo’n plek dan nog niet zo raar als iemand moet huilen en gelukkig was er verder ook niemand te bekennen.

Verlaten Veldstraat, Wijk en Aalburg

Ik heb hooguit een minuut bij het graf gestaan en, hoe idioot ik ‘t ergens ook vind, in gedachten oma gevraagd of ze op Bas wil passen. Ik hang ondanks mijn christelijke opvoeding geen geloof meer aan, heb niets met graven of begraafplaatsen en geloof absoluut niet in leven na de dood, toch voelde het goed om juist die woorden daar en op dat moment in mijn hoofd te zeggen.

Ik had afgesproken op de terugweg nog bij m’n moeder langs te gaan en ben via de polder daarheen gereden. Ondanks dat de dijk een stuk mooier rijden is, vind ik het altijd wel fijner om echt een ‘rondje’ te hebben en dus koos ik nu een andere route.

Eenmaal in Andel was ik wel blij om eindelijk te kunnen zitten. Ik had op de heenweg even op die steiger gezeten, verder was ‘t een kwestie van enkel fietsen en wat korte stukjes lopen. Echt moe voelde ik me op dat moment niet eens, wel was de hoofdpijn (die geen moment echt weg was geweest) weer in alle hevigheid teruggekeerd.

Ik ben uiteindelijk van vijf uur tot kwart voor 7 bij mijn moeder geweest en mocht daar ook mee-eten, al waren mijn ogen groter dan mijn maag en kon ik amper de helft op, terwijl ze frietjes had gebakken, wat ik altijd lekker vind. Eten lukt nog altijd niet goed.

Omdat het laatste pontje om zes uur ging en ik niet meer de energie had om na de 30 km die ik al achter de rug had, daar nog eens 16 bij op te tellen, had ik al besloten dat ik de watertaxi zou bellen. Dat is dezelfde pont, maar die vaart alleen buiten reguliere vaartijden. Kost ook wel meer dan een gewoon ticket, maar 7 km naar de pont fietsen vond ik toch een iets aantrekkelijker vooruitzicht dan ruim het dubbele naar huis.

Met de watertaxi naar huis

Ik was uiteindelijk om half 8 weer thuis. Ondanks dat ik de terugweg met de pont wel weer zwaar vond (de alprazolam was inmiddels ook uitgewerkt) en ik tijdens ‘t fietsen naar en in Wijk en Aalburg ook de nodige moeilijke momenten heb gehad, wist ik dat het toch goed was geweest daarheen te gaan. De molen, de bijzondere gesprekken en momenten en in praktische zin natuurlijk ook de urenlange afleiding.

Maar hoe langer ik van huis ben geweest, hoe zwaarder ‘t me valt om thuis te komen in een huis zonder Bas. Natuurlijk had ik niet eens zo lang weg gekund, zoals hij in de laatste twee jaar was, zeker niet ‘t laatste half jaar, maar het gaat om het idee, want ook vóór die twee jaar intensieve zorg was hij er altijd. In totaal bijna 18 jaar lang.

Ik was dus blij dat ik ook in de avond nog wat afleiding had. Ik had de dag ervoor met Sander afgesproken om vrijdagavond te gaan wandelen. Omdat de mogelijkheden tot afleiding met anderen voor mij beperkt zijn, voelde dit als een enorme luxe, maar ook angstig omdat ik voorlopig weer volledig op mezelf aangewezen zal zijn, terwijl juist contact met mij vertrouwde mensen momenteel de meest effectieve afleiding is.

Citaat over verdriet en verlies

Ik verwacht van niemand dat ze mijn ‘probleem’ oplossen. Ik moet dit uiteindelijk zelf doen. Maar er bestaat wel een verschil tussen iets ‘zelf’ doen en het ‘alleen’ moeten doen. Ik ben in alles altijd op mezelf aangewezen geweest, vraag ook zelden steun of hulp omdat ik het altijd zélf kon en daar ook juist mijn kracht uit haalde.

Alleen nu, in deze situatie lukt het me simpelweg niet om het 100% op eigen kracht te doen. Ik doe zó mijn best, dwing mezelf tot activiteiten, kom toch elke ochtend weer m’n bed uit, ga geen uren zitten tobben op de bank. Ik werk er keihard aan, maar het lukt me gewoon niet. Ik heb niet iemand nodig die me draagt, enkel iemand die af en toe m’n hand vasthoudt, of me even optilt als mijn weg te onbegaanbaar wordt…