Met name de laatste paar maanden, laat ik steeds vaker iets los over het feit dat ik graag molenaar wil worden. En ja, je leest het echt goed. Ester Dammers, slechtziend, vrouw, wil molenaar worden. En waarom ook niet eigenlijk?

Ik heb al vaak genoeg bewezen dat het etiketje van wat mensen die een (visuele) beperking hebben allemaal niet kunnen, ergens vér over de houdbaarheidsdatum heen is: Racen op mijn mountainbike, verkeersregelaarswerk, klussen in huis, realistische portretten tekenen. Er is maar weinig wat ik écht niet kan.

De Liefde

Mijn liefde voor molens dateert al uit de tijd dat ik nog klein was. Mijn opa, een heel bijzondere man, was buiten zijn jarenlange werk als gemeentesecretaris om, ook in allerlei besturen en verenigingen te vinden. Ook de Molenstichting maakte daar deel van uit. Hij hield van molens en ik geloof nog altijd dat ik dat ook van hem heb geërfd. Iets wat door m’n aderen stroomt. Mijn genetische blauwdruk.

Nu kun je ergens van houden zonder er daadwerkelijk iets mee te doen, behalve hier en daar een molentochtje plannen met de fiets, honderden molenfoto’s maken en er af en toe één bezoeken. Maar gaandeweg ontstond bij mij steeds meer de wens, de drang haast, om die liefde toch om te zetten in iets concreets.

Zonsopkomst bij molen de Hoop

In ‘t werk zetten

Eigenlijk begon dat een kleine anderhalf jaar geleden pas, eigenlijk doordat ik iemand leerde kennen die ook molenaar is. Hij inspireerde me enorm en ik kreeg steeds meer ontzag voor dit prachtige oude ambacht. Het contact met deze molenaar hield helaas op te bestaan, maar de boost die hij m’n liefde voor molens gaf, bleef groeien. Als een zaadje wat geplant is en uitgroeit tot iets tastbaars. Iets concreets.

Wat ik zo mooi vind aan het vak van een molenaar, is dat je heden en verleden in feite combineert. Een eeuwenoud bouwwerk van steen, hout en staal wat ‘tot leven’ komt zodra de wieken draaien, de molen in zijn werk staat en gaat malen. En dan verandert in een klein fabriekje, een gigantische ‘machine’ die tonnen graan en tarwe tussen de onvermoeibaar draaiende molenstenen verpulvert tot fluweelzacht meel. Waar daarna weer voedsel mee gemaakt wordt. Dat is toch prachtig!!

Met zo’n molen kunnen en mogen werken, dat lijkt me zo’n rijkdom. En zo ontstond gaandeweg dus het idee om die opleiding te doen. Het begon als een droom, want ‘het zou toch wel niet voor mij zijn weggelegd, maar naarmate er meer tijd verstreek, ik steeds meer over molens leerde, meer mensen uit ‘t molenwereldje leerde kennen, werd het een droom die wel degelijk binnen handbereik lag. En dus wil ik ervoor gaan.

Inspannen

Molenaar word je dus niet zomaar, daar gaat wel degelijk een opleiding aan vooraf, en als ‘t meezit, behaal je daarna je diploma. De opleiding die ik wil doen is voor Vrijwillig Molenaar. Deze volg je via het Gilde van Vrijwillig Molenaars. Niet te verwarren met het AKG (Ambachtelijk Korenmolenaars Gilde), wat weer voor de beroepstak is.

De opleiding volg je deels op een praktijkmolen en er is uiteraard ook een deel theorie bij, wat je in je eigen tijd en gewoon thuis kunt leren. Geen klassikale toestanden dus. Fijn is ook dat er geen ‘vaste’ tijd staat voor de duur van de opleiding. Volgens de site van het Gilde kun je de opleiding in het gunstigste geval (lees: veel tijd om te leren) in anderhalf jaar voltooien, maar gemiddeld wordt ie in zo’n drie jaar afgerond.

Ondanks dat ik nog niet ben aangemeld voor de opleiding, zijn die praktijkmolen én mentor al ‘in de pocket’. Molenmaatje Sven heeft al toegezegd me te willen opleiden en met iemand die al 25 jaar in het vak zit, kan ik me geen betere leraar wensen. En ik zal de meeste praktijkuren waarschijnlijk ook gaan draaien op zijn molen in Veen.

Ik weet inmiddels ook wat meer over het kostenplaatje en dat valt me nog best mee. Omdat deze opleiding niet ‘nodig’ is, maar puur een soort liefhebberij en dus wel een luxe als je van een heel klein inkomen leeft zoals ik, zijn dat dingen waar je realistisch in moet zijn. Als iets niet kan, dan kan ‘t gewoon niet, maar dit kan dus wel!

Zon op de stelling

De vang lichten

Nu meer mensen weten dat ik het echt wil gaan doen, krijg ik regelmatig de vraag of ik me al aangemeld heb. Het antwoord is nee. Zou het liefst vandaag nog beginnen, maar op het gebied van m’n zicht zijn er nog wat grijze gebieden in de zin van: kan ik dit tot een goed eind brengen. En ik ben wel iemand die graag het zekere voor het onzekere neemt en zich niet zomaar impulsief in één of ander avontuur stort.

Voordat ik me definitief aanmeld (er is ook geen haast bij), ga ik met molenaar Sven de komende tijd als ‘t ware ‘test drive’ doen om te zien of zich bepaalde knelpunten voordoen in de context van m’n zicht. Ik weet zelf wat ik wel/niet kan, hij weet weer alles van het vak en de opleiding en als je die twee ingrediënten samenvoegt, kun je zo proefondervindelijk ontdekken of het allemaal gaat werken. Strak plan!

Eerlijk gezegd verwachten we allebei niet echt problemen, maar ik vind ‘t wel een fijn idee om op die manier toch net dat stukje meer zekerheid te creëren. Je zult mij nooit iets horen roepen als “dat kan ik niet”, maar als je nog niet helemaal weet wat je moet verwachten, is het niet meer dan logisch dat je dan toch enige twijfel kent.

De theorie zal geen probleem vormen, dat heb ik altijd goed gekund, ik leer snel, heb een hoge intelligentie en ook het nodige technische inzicht, ‘t is puur dat stukje zicht waar ik net iets meer zekerheid voor nodig heb. Omdat ik nog niet alle facetten van ‘t molenaarsambacht ken en dus ook niet weet wat de ‘vereisten’ zijn.

Mijn fiets bij de Boterslootse molen, Noordeloos

Luiwerk

Aangezien ik ook wel iemand ben die gevoelig is voor symboliek, is het willen starten met deze opleiding ook iets wat voelt als iets wat ‘gewoon zo moet zijn’. Soms komen er zoveel ‘lijntjes’ bij elkaar dat je denkt, dit is ‘n teken, hier móet ik gewoon iets mee doen. Iets wat je aantrekt en verbindt als een onzichtbare draad.

Mijn opa en z’n liefde voor molens, het feit dat hij molen ‘De Hoop in Veen in ’88 heeft heropend na een renovatie, dat ik vele jaren later zelf een bijzondere vriendschap heb opgebouwd met nota bene de huidige molenaar van ‘De Hoop’ (Sven) en ook vaak op die molen kom sindsdien, die als een soort tweede thuis voelt.

Een beeldje wat mijn opa heeft gekregen tijdens die heropening wat nu bij mij in de kast staat. Die andere molenaar die toch wel het eerste aanzetje heeft gevormd om hier werk van te maken en waar ik een bijzondere connectie mee had. Soms wijzen juist de onzichtbare wegen in ‘t leven je beter de weg, dan die van stenen en asfalt…

Handgemaakt beeldje van een molenaar

Terminologie
  • ‘De Liefde’ » Achtkante stellingmolen in Streefkerk die deze naam draagt
  • In ‘t werk zetten » Een molen staat in zijn werk als het maalproces in gang wordt gezet tijdens het draaien van de wieken. De tandwielen zijn dan met elkaar verbonden
  • Inspannen » Kettingen losmaken en indien nodig zeilen op de wieken spannen.
    De molen klaarmaken om te ‘werken’
  • De vang lichten » De wieken als het ware ‘los maken’ zodat ze kunnen gaan draaien
  • Luiwerk » Een met lijnen/touwen verbonden systeem om zakken meel en granen van onder naar boven en vice versa door de molen te transporteren