Laat ik maar met de deur in huis vallen, ik val mezelf nogal tegen vandaag. Had echt gedacht dat ik me toch wel weer normaal en goed zou voelen, nadat het zaterdag zó ellendig was en trouwens donderdag ook. Gister was pittig maar maar net te doen en gisteravond voelde ik me zelfs heel goed, opgewekt en optimistisch. Zó klaar met die energievretende stemmingswisselingen en dat neerslachtige gedoe.

En toch viel vandaag dan weer tegen. Ondanks dat ik goede en fijne afleiding had in de vorm van een paasbrunch bij m’n moeder, lammetjes aaien in het Duyls Bos en zelfs een bezoekje aan een lekker draaiende Noordeveldse molen, wat ook meteen het enige moment van de dag was dat ik even alles los kon laten en nergens anders aan dacht dan de kracht van de molen.

En dan weer thuis dondert dat beetje terrein wat ik gewonnen dacht te hebben met tachtig enden per minuut weer in elkaar (om het even bij molentermen te houden) en voelen dingen opeens weer zó uitzichtloos, moeilijk en onoverkomelijk. En dan heb ik dus ook even zoiets van, pleur een eind op met die hele challenge, ik heb er geen zin meer in, volgens mij vinden mensen ‘t niet eens leuk om te lezen…

Maar toch ben ik hier weer. Omdat ik die verrekte challenge niet voor een ander doe, maar voor mezelf. Omdat ik dit vol wil houden. Dertig dagen aan één stuk bloggen is voor mij sowieso al een hele prestatie tegenwoordig, maar dingen bedenken waar je dankbaar voor bent op dagen dat je het liefst jezelf onder je dekbed zou verstoppen omdat je je zo klote voelt en uit schaamte omdat je je nog steeds niet ‘normaal’ voelt, dat is wel degelijk een uitdaging kan ik je vertellen.

Maar, ze waren er dus wel, ook deze dag. Zie vetgedrukte stukjes…

Tot morgen.